Van kattekwaad tot erger

Het schooljaar zit er op, de grote vakantie komt er aan. Voor mijn blog tijd om een Antwerpenaar in de kijker te stellen die pionierswerk heeft verricht op het vlak van omgaan met kinderen. Neen, ik heb het niet over onze Antwerpse tv-iconen Nonkel Bob (Davidse) of Tante Terry (Van Ginderen) noch over Paula Semer (de allereerste Vlaamse tv-tante) maar wel over mijn leeftijdsgenoot Kathy Lindekens, die op 23 juni jl. 60 kaarsjes uitblies.

Kathy Lindekens begon haar mediacarrière als verslaggeefster in ’de Sportmarathon’ bij BRT 1 Radio en deed ook televisiewerk als presentatrice van chansonprogramma’s. Het programma waarvoor ze voor mij echter een Oscar verdient was het kinderpraatprogramma op BRT 1 Radio ‘Van kattekwaad tot erger’, dat zij vijftien jaar lang presenteerde, elke woensdagnamiddag, tussen 1980 en 1995. Taalpuriteinen zullen mij nu een schrijffout verwijten maar neen hoor, kattekwaad schreef je in die tijd nog zonder ‘n’. Kattekwaad, zoals het programma kortweg genoemd werd, was een programma voor, met en over kinderen. Kathy ging op een heel andere manier om met kinderen, die ze live in de studio interviewde, dan we tot dan gewoon waren in de media. De onderwerpen die ze aansneed waren als taboeloos te beschrijven. De kinderen mochten ongedwongen en zonder enige schroom hun mening en gevoelens kwijt voor de micro en dat maakte het programma zo baanbrekend. Niet braaf meezingen en in de handjes klappen maar gewoon jezelf zijn en vooral je ongeremd en ongezouten durven uiten. Dat was de stijl van de gesprekken die ze met het jonge volkje hield. De onderwerpen die zij in de groep gooiden waren ook zeer divers maar ook actueel en zijn het vandaag nog. Pesten, (bij)geloof, echtscheiding, milieu, vriendschap, verliefdheid, dood, eenzaamheid, generatieconflict, discriminatie, sport en spel, reclame, ziekte, (zak)geld, angst, kleding, uiterlijk, eten, dieren …  Het leverde onverantwoord interessante radio op, zelfs voor een volwassen kerel die ik in die jaren al was. Op woensdagnamiddag stemde ik zonder aarzelen af op BRT 1 Radio om naar Kattekwaad te luisteren, vaak tot grote verbazing van mijn omgeving die niet altijd begreep waarom ik naar een programma voor kinderen zat te luisteren. Een van de leukste momenten van het programma was Het moeilijke woordenmoment, een taalspelletje waarbij kinderen binnen een halve minuut een zin vol tongbrekers tien maal zonder fouten moesten afratelen. Wie dit voor mekaar kreeg mocht dan een leuke prijs ontvangen. Repeteren was er niet bij want de zin werd maar net voor de wedstrijd bekend gemaakt en dan moesten de kinderen snel naar de telefoon hollen en hopen dat ze binnen geraakten. Uit de resem opgaven werd later nog een boek gepuurd en er werd zelfs een liedje gemaakt. Het moeilijke woordenmoment was een razend populair programma-onderdeel geworden.
We kennen allemaal nog wel een tongbreker uit onze jeugdjaren zoals ‘De koetsier poetst de postkoets met postkoetspoets’. De redacteurs van Kattekwaad zorgden voor hilarische momenten en waren uiterst vindingrijk op dit vlak. Probeer deze tongtreiteraars zelf maar eens uit.

  • Pater Pallieter propt prompt tien perziken in zijn mond
  • Slimme Wim Willems wint gezwind de sprint in de tegenwind
  • Ik Jacky X en ons Nikske mixen whiskey met de whiskeymixer
  • De kat krabt de krollen van de trap (dat is vooral een tongbreker voor de Chineesjes)

Ik kon het niet ontkennen, ik was verliefd op Kathy Lindekens. Niet op de vrouw, want die kende ik amper en ik had ze zelfs nog nooit ontmoet, maar wel op de radiostem en op de meesterlijke wijze waarop zij een programma voor en met kinderen maakte.

In 1989 startte Kathy met een bijzonder initiatief, een benefietactie Kom Op Tegen Kanker. Haar beide ouders waren kort ervoor overleden aan deze vreselijke ziekte. Vanuit de benefietactie ontstond een vzw die later zou fusioneren met de Vlaamse Liga tegen Kanker. Vanaf dan zou de benefietactie een tweejaarlijks weerkerend evenement worden. Bij haar eerste benefiet zamelde zij al meer dan 2 miljoen euro in. De eerder bescheiden gestarte benefietactie is vandaag een groot evenement geworden en dit jaar werd meer dan 20 miljoen euro opgehaald. In 1995 gaf Kathy de voorzittershamer van het comité door en vandaag is weerman Frank Deboosere het bekende gezicht van KOTK. Kathy is nog steeds actief achter de schermen en lid van de bestuursraad. Haar levensattitude straalt vandaag, bij het zilveren jubileum van dit evenement, nog in elke actie door… Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen. Dit wordt nu ook door Sint-Pieter mee geneuried.

In 1995 stapte Kathy Lindekens in de politiek en werd ze tot lid van de Vlaamse Raad verkozen, waar ze de basis legde voor de oprichting van het Kinderrechtencommissariaat. In 2001 werd ze Schepen voor onderwijs en jeugd in Antwerpen. De Visacrisis van 2003 werd echter ook haar fataal. Alhoewel haar aandeel hierin verwaarloosbaar was, nam ook zij -samen met het voltallige Schepencollege- ontslag, stapte gedegouteerd uit de politiek en ging ze terug voor de VRT werken. Haar radioprogramma ‘Van kattekwaad tot erger’ was in 1995 gestopt maar was ongetwijfeld de bakermat voor een nieuwe tv-zender die in 1997 het levenslicht zag, Ketnet. Het bloed kruipt waar het niet lopen kan, Kathy startte in 2003 de vzw Bednet. Deze vzw zorgt ervoor dat langdurig zieke en revaliderende kinderen in elke Vlaamse provincie via het internet aan hun klas worden gekoppeld en zo samen met hun klasgenoten de lessen kunnen blijven volgen. Haar roeping om voor de allerkleinsten op te komen kreeg een nieuwe dimensie en als lid van het uitvoerend comité van de Koning Boudewijnstichting was ze goed geplaatst om haar nobele doelstellingen ook te verwezenlijken.

Kathy is, zoals ze in de Koekenstad zeggen, op tram 6 gestapt en dat is de leeftijd waarop pensioen stilaan in zicht komt. Zij behoort niet tot de schare Bekende Vlamingen die tegenwoordig het tv-scherm te pas, maar vooral ook te onpas, komen teisteren. Niettemin is haar bijdrage tot de moderne informatiemaatschappij groot en vind ik haar de meest ondergewaardeerde Sinjora. Wie mij niet begrijpt moet maar eens even naar dit radiofragment van weleer luisteren. Het is een fragment waarin zij een jong kankerpatiëntje interviewt. Geen digitale mp3-kwaliteit maar wel ontroerend, beklijvend en tegelijk ook zeer professioneel en sereen.

Kathy, gefeliciteerd met je verjaardag en ik zal je voor altijd graag … horen


Interview uit ‘Van kattekwaad tot erger’ – BRT 1 Radio


Antwerpse smaken … smoelentrekkers

In Waterloo, of beter in Eigenbrakel want daar lag het slagveld, hebben de kanonnen nog eens gebulderd ter gelegenheid van de 200e verjaardag van de Slag om Waterloo. Neen, ik ga het niet hebben over deze slag noch over de grote verliezer Napoleon Bonaparte want dan beginnen de Fransozen weer te bleiten dat de herinnering aan deze slag als ‘schadelijk’ wordt ervaren, zoals met de uitgifte van de speciale 2 euromunten laatstleden. Dat ze zelf langs de kassa passeren voor elke herdenkingsmunt die aan Le But du Lion wordt verkocht, is blijkbaar niet zo ‘schadelijk’. OK, compromisgezind als wij Belgen zijn, hebben wij dan ook maar toegegeven. Vanaf nu geen herdenkingen meer van nederlagen die EU-medeburgers als ‘schadelijk’ kunnen bestempelen. Don’t mention the war, zoals John Cleese’s alter ego Basil Fawlty sprak toen er enkele Krauts in zijn hotel kwamen logeren.

Ik zal het dan maar hebben over een typische Antwerpse lekkernij, de Napoleons. Ze zijn vandaag bij mij persoonlijk niet zo populair meer maar in mijn jeugdjaren heb ik er heel wat van ‘opgezabberd’. De ronde, gele, zure snoepjes die verpakt zijn in een doorschijnend wikkeltje waarop een zeer herkenbaar silhouet van ‘Le petit Caporal’. De geschiedenis van de Napoleons brengt ons terug naar 1912 in de Hoogstraat, hartje Antwerpen. Louis Janssens (kan de naam nog Antwerpser ?) had er, op de hoek met de Reyndersstraat, een suikerbakkerij onder de naam In den Gouden Bol. Deze suikerbakker was toen al heel bekend in Antwerpen voor zijn teerbollen. In 1912 maakte hij een nieuw snoepje. Citroengele ronde bolletjes, zuur van smaak, gehuld in een laagje poedersuiker. Het snoepje had nog geen naam maar op een blauwe maandag ging Louis Janssens ‘een terrasje doen’ met een bevriende chocolatier. Toen die aan het opscheppen was over zijn nieuwe praline die hij Caesar had gedoopt riep Louis Janssens: ‘Dan noem ik mijn snoepje Napoleon’. Zo geschiedde en sindsdien werden de citroengele zuurtjes verpakt in hun kenmerkende Napoleon-wikkel. Van de praline Caesar horen we niks meer maar van de Napoleons des te meer. Helaas zijn ze niet meer Antwerps. In 1933 verhuisden de activiteiten van Louis Janssens’ suikerbakkerij naar een fabriekje in de Bleekhofstraat. In 1965 had de onderneming al de eerste internationale allures gekregen en werd naar grotere huisvesting gezocht. Die werd gevonden in Hoboken. Begin jaren 70 zocht de hoogbejaarde Louis Janssens naar een overnemer bij gebrek aan een opvolger. De fabriek kwam toen in handen van de familie Stappaerts. De nieuwe eigenaars sloten een overeenkomst met het Nederlandse bedrijf Pervasco. In 1988 werd een grotere fabriek in Schelle gebouwd. Vanaf 1996 vond de professionalisering plaats en kwam het bedrijf volledig in handen van het Nederlandse Pervasco. In 2003 verhuisde de fabriek dan uiteindelijk naar Breskens in Zeeuws-Vlaanderen, van waaruit ze vandaag nog steeds hun zuurtjes de wereld rond zenden.

Waarom zijn deze zuurtjes nog steeds zo populair? Je kunt lang genieten van het ronde zuurtje of direct doorbijten en het poeder eruit te zuigen. Iedereen heeft eigenlijk zijn eigen favoriete smaak en eigen manier van eten. De Napoleon gaat al vele generaties over van ouder op kind maar wordt ook telkens weer door de jeugd ontdekt. Zowel in België als in Nederland is het inmiddels zo populair dat er eigen benamingen voor zijn ontstaan: ‘smoelentrekker’ vanwege de zure smaak. In Nederland wordt het woord ‘kogel’ gebruikt terwijl in België wordt gesproken over een ‘bolleke’ of ‘spekken’. Alhoewel de snoepjes tegenwoordig meer geautomatiseerd worden geproduceerd komt er nog wel ambachtelijk werk aan te pas en daardoor behouden de smoelentrekkers hun authenticiteit. In Breskens maken ze iedere dag zo’n 38 kilometer aan snoepjes. Dat is op jaarbasis ruim 30 voetbalvelden of meer dan een half miljard snoepjes. En dat is nog steeds te danken aan een rasechte Sinjoor … Louis Janssens. Napoleon en Antwerpen, het blijft een mooie combinatie.

Eddy, Eddy, Eddy …

Eddy MerckxEr is wellicht geen enkele voornaam die zo vaak gescandeerd werd in de jaren 60-70 als die van Eddy Merckx. De levende legende van de wielersport wordt 70. Hij werd op 17 juni 1945 geboren in Meensel-Kiezegem, een dorp in het Hageland, Vlaams-Brabant, dat er in ‘45 turbulente oorlogsdagen had opzitten. Eén op drie Meensel-Kiezegemenaars overleefden de oorlog niet na een razzia van de Vlaamse SS en de daaropvolgende wraakacties van het verzet.

De wielercarrière van Eddy Merckx begon in 1961 en in 1964 werd hij voor de eerste keer wereldkampioen, bij de liefhebbers. Vanaf dan volgt een indrukwekkende erelijst van overwinningen en titels die hem de bijnaam De Kannibaal opleverde. Hij verslond zijn tegenstrevers in elke wedstrijd met haar en huid. Eddy Merckx is nog steeds, samen met Jacques Anquetil, Bernard Hinault en Miguel Indurain, recordhouder wat het aantal overwinningen van de Ronde van Frankrijk betreft. Een prestatie die de gevallen wielerster Lance Armstrong wou verbeteren doch hem enkel de titel van grootste wielerfraudeur aller tijde opleverde. Met zijn 525 gewonnen wedstrijden wordt Eddy Merckx nog steeds als de meest succesvolle wielrenner aller tijde beschouwd. Vijfmaal de Tour en de Giro, alle klassierkers behalve Bordeaux-Parijs en Parijs-Tours staan op zijn erelijst, hij werd zowel als liefhebber als prof wereldkampioen en verbeterde het werelduurrecord. Niemand die maar een beetje aan hem kan tippen dus. De Franse wielergrootheid Jacques Anquetil beschreef ooit de ideale wielrenner als volgt: Men neme de benen van Merckx, het hoofd van Merckx, de spieren van Merckx, het hart van Merckx en de zegedrift van Merckx. Of het nu tijdrijden was, de weg, de piste, de spurt … Merckx beheerste elke discipline, enkel aan veldrijden heeft zich amper gewaagd.

Ik ben uiteraard ver niet de enige die in superlatieven over Eddy Merckx spreekt. Zelfs na zijn indrukwekkende wielercarrière viel hem nog tal van onderscheidingen te beurt. Hij werd in de adelstand verheven en we moeten hem dus nu met Baron aanspreken. Hij werd driemaal wereldwijd tot sportman van het jaar verkozen, kreeg van de UCI de titel van beste wielrenner van de 20e eeuw en kreeg in Brussel een metrostation naar hem vernoemd, een eer die slechts weinigen bij leven is te beurt gevallen. Bij de verkiezing van Grootste Belg eindigde hij in Vlaanderen op de 3e plaats en over de taalgrens op de 4e plaats.

Eddy Merckx is niet alleen een wielerheld en mijn wieleridool, hij is een stuk van mijn leven geworden. In de jaren 60-70 een stuk nostalgie uit mijn jeugd. Hij inspireerde mij zelfs voor een schooltaak. Wij moesten voor het examen Nederlands een krantenartikel schrijven, een artikel over een zelf te kiezen onderwerp. Een dag voordien werd het bericht de wereld ingestuurd dat Eddy Merckx uit de Giro werd gezet wegens vermeend dopinggebruik, een donderslag bij heldere hemel voor de wielersport maar een geschenk uit de hemel voor mijn examen. Met passie begon ik aan mijn ’krantenartikel’ te schrijven en vooral het verdedigen van de stelling dat iemand onschuldig is tot het tegendeel werd bewezen leverde mij een fraai examencijfer op. Ik zou mijn examen van toen vandaag mijn eerste succesvolle ‘blogartikel’ durven noemen, wat mijn blog meteen 46 jaar oud maakt. Een tweede Merckx-mijlpaal in mijn leven was vijf jaar geleden. Ter gelegenheid van de 65e verjaardag van De Kannibaal reed het grootste wielerevenement van de wereld, de Ronde van Frankrijk, door mijn woonplaats Edegem. De Tour van 2010 startte op zaterdag 3 juli met een proloog in Rotterdam en op zondag 4 juli reed de Tour-karavaan van Rotterdam naar Brussel waar mijn wieleridool in de bloemetjes zou worden gezet. Vanuit Rotterdam naar Antwerpen ging het dan verder over Edegem en Kontich naar Brussel. Ik werd door mijn toenmalige korpschef aangesteld tot ‘Gold Commander’ van de lokale ordedienst in onze politiezone, een opdracht die ik met twee handen aannam. Je krijgt immers niet vaak de gelegenheid om betrokken te worden in de organisatie van een van de grootste en meest bekeken sportevenementen van de wereld wat de Tour, naast de Olympische Spelen en het WK Voetbal, zonder twijfel wel is. Met evenveel passie en bevlogenheid als mijn krantenartikel van weleer heb ik mij toen van mijn opdracht gekweten. De rit van Rotterdam naar Brussel was een topevenement. Overal zag het zwart van het volk en in dikke rijen stond de menigte langsheen het parcours, één grote langgerekte feestdis was het. In de voorbereiding van de grote wielerdag had ik ook een teambuilding voor mijn medewerkers georganiseerd. Op de fiets reden we het traject af dat de Tourrit door ons gebied (Edegem en Kontich) zou volgen en we sloten de namiddag af met een natje en een droogje en … een quizje over Eddy Merckx, een quiz die ik zelf in mekaar gestoken had. Het werkte duidelijk motiverend want iedereen gaf het beste van zichzelf om deze ordedienst tot een goed einde te brengen. Duizenden mensen die zich vermaakt hadden die zondag, een spectaculaire doortocht van reclame- en wielerkaravaan met de Edegemse wielrenner Serge Pauwels voor eigen publiek op kop van het peloton op de Prins Boudewijnlaan en … geen enkel incident. Vooral dat laatste was mijn (geslaagde) doelstelling. Ik kan niet ontkennen dat deze dag een van de hoogtepunten in mijn carrière was. Oh ja, for the record: Alessandro Pettacchi won de rit na een tumultueuze spurt op de Heizel en Fabian Cancellara reed in het geel die dag. Over de eindoverwinning is het laatste woord echter nog niet gezegd. Alberto Contador behaalde in Parijs de eindoverwinning maar speelde zijn zege kwijt na een dopingproces waardoor de zege werd toegewezen aan de Luxemburger Andy Schleck.
Binnenkort is het weer zover. Op maandag 6 juli a.s. zal de Tour-etappe in Antwerpen starten voor de derde rit naar Hoei. Ditmaal rijden ze niet door mijn woonplaats maar langs de buren van Boechout en Lier. De Tour-karavaan zal wel door de geboorteplaats van Merckx, Meensel-Kiezegem, rijden om de 70-jarige recordhouder te eren.

Ik heb helaas nooit de gelegenheid gehad om mijn jeugdidool Eddy Merckx in levende lijve te mogen ontmoeten maar was wel een zeer geïnteresseerde bezoeker van de tentoonstelling MerckX – IckX waarover ik het in mijn vorige blogartikel al had. Haast je wel want op 21 juni sluit deze tentoonstelling de deuren.

Verjaardagstaart Eddy, Proficiat met je 70e verjaardag … en nog vele jaren hé ! Regenboog