Houston, we’ve had a problem

Bent u een treskaidekafoob? Een wat? Iemand die als de dood is voor het getal 13.
Ik niet want 13 is voor mij een heilig getal.
Voetbal Beerschotters weten waarom Knipogende emoticon

Waarom is 13 eigenlijk een ongeluksgetal? Het woord ongeluksgetal bestaat trouwens uit dertien letters. De eerste verklaring voor ongeluksgetal 13 vinden we in de bijbel. Het getal twaalf was door God persoonlijk goedgekeurd, al ligt het bewijs daarvan niet voor het grijpen. Er waren twaalf apostelen en er waren ook twaalf stammen in Israël. Aan het laatste avondmaal zaten er dertien mannen aan tafel, Jezus en zijn twaalf apostelen, en niet veel later werd Jezus verraden. Maar er is ook een verklaring in de Middeleeuwen te vinden. Op vrijdag de dertiende in 1307 werden alle Tempeliers opgepakt. En in een Noorse sage verschijnt de duivelse god Loki als dertiende gast op een feest en dompelt de aarde in rouw. Voorts is er ook nog een wiskundige verklaring. Het getal wat voor 13 komt is het getal 12, dat deelbaar is door 1,2,3,4 en 6. Dertien daarentegen is een priemgetal en dus alleen deelbaar door zichzelf of door 1.

Maar voor het echte bewijs dat 13 een ongeluksgetal is moeten we niet zo ver terug gaan in de tijd en liggen de bewijzen overigens voor het rapen. Exact 45 jaar geleden, op 11 april 1970 om 13u13 (lokale tijd), vond de lancering plaats van de Apollo 13, een Saturnusraket met de maanlander Aquarius en met als bemanning: Jim Lovell (commandant), Jack  Swiggert (piloot van de commandomodule) en Fred Haise (piloot van de maanlander). Zij vertrokken voor hun missie, een derde landing op de maan. Op 13 april ontplofte een zuurstoftank en sprak commandant Jim Lovell de historische woorden: Houston, we’ve had a problem. Al gaf hij even de indruk dat het probleem van de baan was, was dit helemaal niet het geval. Integendeel, ze zaten behoorlijk in nesten. Door de ontplofte zuurstoftank en de schade die de ontploffing had aangericht was de ganse zuurstofvoorraad in korte tijd verloren gegaan. Daardoor hadden zij ook geen water en energie meer en ook de raketmotor kon niet meer gebruikt worden. Dit halverwege tussen aarde en maan, niet direct een ideale locatie om Touring Wegenhulp erbij te roepen. Gelukkig voor hen was de maanlander nog intact en kon deze enkele essentiële taken overnemen. Een maanlanding was geen optie meer en de ingenieurs van de NASA werkten zich de naad uit de broek om een oplossing te vinden. Veel tijd was daar niet voor. Uit deze periode danken we de populariteit van het begrip ‘out the box’ denken. De grote baas van de NASA verzamelde een team ingenieurs, sloot hen op in een kamer, gooide een doos onderdelen zoals die aan boord van het ruimteschip voorhanden waren op tafel, waarmee de vernuftelingen in een mum van tijd geïmproviseerde vervangstukken moesten maken. De uitdrukking ‘out the box’ denken wordt vandaag te pas en te onpas gebruikt op beleidsvergaderingen maar vaak wordt verkeerdelijk gesproken over ‘out of the box’ denken. Fout dus. Even fout is ook het vaak verkeerd gebruikte citaat van Jim Lovell ’Houston, we have a problem’. Lovell sprak in de voltooid verleden tijd en niet in de tegenwoordige tijd.

De ingenieurs van NASA hebben puik werk geleverd en de bemanning van Apollo 13 heeft een huzarenstuk afgeleverd door een quasi onbestuurbaar ruimtetuig toch nog veilig terug naar de aarde te loodsen. Op 17 april 1970 kwam er een einde aan de horrorreis van Apollo 13. Twintig jaar geleden werd een film gemaakt over de rampvlucht van Apollo 13 met Tom Hanks in de hoofdrol. Dat het uitgerekend de Amerikanen waren die met het ongeluksgetal 13 werden geconfronteerd is niet zo toevallig. Het getal 13 komt heel veel voor op het Grote Zegel van de Verenigde Staten. Hier staan 13 sterren op en 13 letters in het motto eronder, 13 (rode en witte) strepen, een adelaar met 13 pijlen in zijn ene klauw en een lauriertak met 13 blaadjes en 13 bessen in zijn andere klauw. Dit is ‘The coat of arms of the United States of America’. Tel de letters: het zijn er 39, oftewel driemaal 13. Dat maakt het wapenschild waarschijnlijk het meest bijgelovige heraldische teken ter wereld.


Generalissimo Chiang

De rang van generalissimo is de hoogst mogelijke militaire rang. Een generalissimo staat aan het hoofd van het volledige leger van een land, en is niet zelden ook het staatshoofd. De term heeft vaak meer een politieke dan een militaire betekenis; doorgaans zijn generalissimi heersers of militaire dictators die zichzelf die titel toekennen. De term heeft in West-Europa tegenwoordig dan ook een negatieve connotatie.

cksVeertig jaar geleden overleed de toenmalige nationalistische leider Chiang Kai-Shek. Chiang Kai-Shek stond mee aan de wieg van de Republiek China die in 1911, na de Xinhai-revolutie, de laatste keizer Pu-Yi aan de dijk zette. Hij was een trouwe acoliet van dr. Sun Yat-sen, de vader van deze revolutie en die door alle Chinezen, zowel in de Volksrepubliek als in Taiwan, aanzien als de vader van de moderne republiek. De prille republiek werd echter onmiddellijk geconfronteerd met interne oorlogen en revoluties. Toen Chiang Kai-Shek, na de dood van Sun Yat-sen in 1925, meer en meer de macht nam, werd hij uiteindelijk alleenheerser en militair dictator van de Republiek China. Hij was toen de machtigste man van het grote Rijk in het Midden, het derde grootste land van de wereld. Chiang besteedde echter meer aandacht aan de interne machtsstrijd met de communisten dan aan de externe dreiging van het fascistische regime in Japan. Pas toen de Japanners in 1937 China binnenvielen kwam hij tot besef dat hij samen met de communisten van Mao Zedong de Japanse belager diende te bestrijden. Toen was het al lang te laat en China viel ten prooi aan een bloeddorstige bezetter. In 1943, in volle wereldoorlog, werd Chiang Kai-Shek president van China. Hij werd een bondgenoot van de Amerikanen in de strijd tegen Japan. Na het beëindigen van de oorlog vielen beiden kampen in China elkaar weer aan en brak een nieuwe burgeroorlog uit. Chiang Kai-Shek moest in 1948 de duimen leggen voor de communisten door een tactische flater van zijn Amerikaanse bondgenoot Generaal Marshall. Die legde het Kwomintang-leger van Chiang Kai-Shek een eenzijdige wapenstilstand van vier maanden op. Tijdens die wapenstilstand zagen de communisten de kans om door hun bondgenoot, de Sovjet-leider Stalin, voorzien te worden van zware wapens en vliegtuigen. Daardoor leden de nationalisten enorme nederlagen tegen Mao’s volksleger en wisten de communisten de bovenhand te behalen.

Chiang Kai-Shek vluchtte in 1949 met zijn aanhangers naar het eiland Taiwan. Taiwan was sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog een deel van China, nadat het daarvoor gedurende vijftig jaar een Japanse provincie was. Chiang Kai-Shek kwam dus op een eiland aan dat nog maar enkele jaren terug deel uitmaakte van zijn Chinese rijk. Zijn vrijwillig ballingschap, gevolgd door meer dan twee miljoen aanhangers uit het grote rijk, werd dan ook niet feestelijk onthaald. De Taiwanezen claimden eigenlijk al onafhankelijkheid sinds 1895 en zagen die wens aan diggelen geslagen door de ‘inval’ van Chiang Kai-Shek en zijn volgelingen. De internationale gemeenschap bleef het nationalistisch regime van Chiang Kai-Shek en zijn Kwomintang erkennen als de legitieme leiders van de Republiek China. Met de hulp van de Amerikanen kon Chiang Kai-Shek zich goed handhaven in Taiwan. Hij had het daar echter niet onder de markt en had een Krijgswet nodig om de zware oppositie tegen zijn regime in Taiwan de kop in te drukken. Gedurende al die tijd bleef hij een militaire macht uitbouwen in de hoop de strijd met de communisten terug aan te kunnen gaan en het vasteland China terug te kunnen veroveren. In 1971 kwam de eerste kentering maar wel een in zijn nadeel. De Verenigde Naties erkenden de Volksrepubliek China van Mao Zedong als legitieme vertegenwoordiger van China. De droom van generalissimo Chiang leek verder weg dan ooit. Chiang overleed in Taipei op 5 april 1975 zonder nog een voet op bodem van zijn vaderland te hebben kunnen zetten. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Chiang Ching-kuo. Die zette aanvankelijk het militaristisch georiënteerde beleid van zijn vader voort. De sinificatiepolitiek van de Kwomintang op Taiwan begon meer en meer internationale afkeuring te krijgen. De krijgswet had vele politieke tegenstanders in de gevangenis doen belanden en de onderdrukking van de Aboriginals (van Polynesische afkomst) was ook de Amerikanen een doorn in het oog geworden. Toen ook de V.S. de kaart van de Volksrepubliek trok raakte Taiwan in een diplomatiek isolement, een situatie die vandaag nog steeds aanhoudt.

Eind jaren 80 werd de krijgswet opgeheven en sloeg Taiwan de democratische weg op. Een parlementaire democratie met een verkozen staatshoofd, het was niet bepaald de stijl van haar grote leider die zelfs vandaag, veertig jaar na zijn overlijden, nog door een groot deel van de Chinezen in Taiwan erg geprezen wordt. Als ik de historiek van Chiang Kai-Shek bekijk dan heb ik hier toch gemengde gevoelens bij en denk ik ongewild aan het rijtje van generalissimi a là Stalin, Kim Il-Sung of andere Franco’s. Niettemin is onder Chiang’s regeerperiode Taiwan wel uitgegroeid tot een sterke economische grootmacht (vandaar zijn geuzennaam Cash My Cheque) en staat het Kwomintangbeleid vandaag voor welvaart en stabiliteit en daarin verschilt het dan wel heel veel van andere staten die een generalissimo aan het hoofd hebben of hadden. Ik zeg dit dan ook met enig respect voor dit eiland want ook mijn vrouw stamt af van een Kwomintang-soldaat en ik steek mijn liefde voor Taiwan ook nooit onder stoelen of banken.

Chiang Kai-Shek werd niet begraven in Taiwan maar wordt in het Cihu mausoleum bewaard in een sarcofaag, in afwachting dat hij zijn laatste rustplaats kan vinden in zijn geboortestad op het vasteland. Of het ooit weer tot een unie met het grote China komt is zeer de vraag. De communisten in de Volksrepubliek en de aanhangers van de Kwomintang in Taiwan zien een politiek van ‘één land, twee systemen’ in een ‘één en ondeelbaar China’, zoals in Hongkong en Macau vandaag het geval is, wel zitten maar een groot deel van de Taiwanese bevolking blijft ijveren voor onafhankelijkheid. Het water is nog veel te diep en de studentenopstand in Hongkong vorig jaar heeft de zaak niet gediend. Het testament van Chiang Kai-Shek ligt ondertussen al veertig jaar te wachten op een ‘executor’.

Antwerpse smaken … paaseieren

Zondag is het Pasen en dan zal er weer in menige tuin naarstig gezocht worden naar chocolade eitjes die de paasklokken er hebben gedropt. Of zijn ze er door de paashaas gelegd ? Pasen is de belangrijkste christelijke feestdag. In de katholieke landen spreekt men dan van de paasklokken die op Witte Donderdag naar Rome vertrokken om eieren te gaan laden en deze dan tijdens de paasnacht in de tuin of op het balkon dropten. In de protestante landen worden deze paaseieren door de paashaas gebracht. Aanvankelijk waren het gewone (kippen)eieren die versierd werden maar in het begin van de 20e eeuw raakten de chocolade-eieren in de mode. Antwerpen heeft hier een belangrijke rol in gespeeld.Alfred MARTOUGIN In 1907 startte Alfred Martougin op de hoek van de Schapenstraat en de Helmstraat in Borgerhout een chocoladefabriek. De Chocolaterie Modèle Martougin fabriceerde daar de vermaarde Martougin-chocolade. In 1920 was de fabriek al viermaal zo groot. Martougin-chocolade was een wereldmerk en de repen met namen als Minerva, Jemma en Galba waren decennialang de meest geliefde chocolade in Antwerpen. Maar het meest bekende product van Martougin was zonder meer de BLOC-chocolade. Deze grote blokken chocolade was de basisgrondstof voor vele chocolatiers en banketbakkers. Tonnen BLOC-chocolade werden vergoten tot paaseieren in alle maten, in drie smaken: witte chocolade, pure of fondantchocolade en melkchocolade. De Martougin producten waren wereldwijd geliefd. Martougin-chocolade kreeg diverse onderscheidingen op acht wereldtentoonstellingen tussen 1910 en 1939. Dan mogen we niet vergeten dat ons land nog tal van andere grote chocoladefabrikanten kende zoals Kwatta (weliswaar met Hollandse roots), Cote d’Or, Jacques, Meurisse, Victoria, Callebaut en ook Parein en De Beukelaer alhoewel die laatste twee eerder aan koekjes gekoppeld worden. Meer dan de helft van deze fabrikanten waren in het Antwerpse gevestigd.

Alfred Martougin (1875-1952) was niet alleen een succesvol ondernemer, hij had ook een groot sporthart, vooral in de wielerwereld. Hij was voorzitter van de Antwerpse afdeling van de Belgische Wielrijdersbond en in die hoedanigheid zorgde hij voor een grote inbreng in het wielrennen op de Olympische Spelen van Antwerpen in 1920. Later werd hij ook ere-voorzitter van het Antwerpse Sportpaleis. Zijn overlijden luidde de zwanenzang in van het merk Martougin. In december 1966 werd de fabriek in Borgerhout gesloten en kwam het bedrijf in handen van het Nederlandse Van Houten. Zelfs de merknaam verdween. De naam Martougin blijft vandaag nog wel leven bij de verzamelaars. Martougin bracht immers niet alleen chocolade op de markt maar ook chromo’s. Die legendarische chromo’s dienden om de verkoop te stimuleren maar werden door de jaren een waar collectors item.

Tussen 1967 en 2001 werden de gebouwen van de Martougin-fabriek in Borgerhout gebruikt door de oliemaatschappij Castrol en sinds 2007, exact honderd jaar nadat Martougin er zijn eerste chocolade fabriceerde, is de voormalige fabriek omgebouwd tot luxueuze lofts. Mijn vriend Roald heeft er een optrekje en alhoewel er hier en daar nog dingen zijn die aan de voormalige chocoladefabriek herinneren, is de reuk van chocolade wel ver weg. Maar bij elk chocolade paasei dat ik verorber denk ik nog ongewild aan die merknaam van weleer: Martougin, een puur Antwerps product. Puur, zoals ik mijn chocolade het liefst lust.

Konijntje Zalig Paasfeest ! Konijntje


Deze slideshow heeft JavaScript nodig.


De selfies van Rubens

Vandaag start het Rubenshuis aan de Wapper met een indrukwekkende tentoonstelling: Rubens privé. Voor het eerst sinds eeuwen keren tal van portretten naar het huis van de meester terug. Een tentoonstelling van familieportretten en zelfportretten van Peter Paul Rubens, samengesteld door Rubensspecialisten van over de hele wereld. Je krijgt dan ook een unieke gelegenheid om een vijftigtal schilderijen en tekeningen te bewonderen uit topmusea waaronder de Uffizi in Firenze, het Louvre in Parijs, het British Museum in Londen, de Hermitage in Sint-Petersburg en uit tal van privé collecties. Het thema is actueler dan ooit: Peter Paul portretteert zichzelf en zijn familie op canvas. Met de digitale technieken van vandaag noemen we dit: selfies op Facebook.

Toen ik enige tijd geleden voor het eerst over deze tentoonstelling hoorde, dacht ik bij mezelf: Oh neen, niet opnieuw! Ik vreesde voor een ‘renaissance’ van de Rubenshype van 1977. Toen was het, naar aanleiding van de 400e verjaardag van de grootmeester, alles Rubens wat de klok sloeg in Antwerpen. Rubenskaas, Rubenskoeken, Rubensbier, Rubensboeken, Rubensvlaaien, Rubensworst, Rubenswijn, Rubensmarkten … het kwam er langs je oren uit. En als toemaatje: een editie van het legendarische spelprogramma Spel zonder grenzen op de Grote Markt in Antwerpen. Maar ik moet eigenlijk wel toegeven dat ik deze tentoonstelling best wel sexy vind. Ik gebruik opzettelijk het woord sexy omdat er, in de rand van de tentoonstelling, ook heel wat aandacht besteed wordt aan het privéleven van Rubens. Dag Allemaal of Story zouden hier vandaag een vette kluif aan hebben. Zijn beeltenissen van flink uit de kluiten gewassen bijna naakte vrouwen zijn ons meer dan bekend maar hoe zou hij door de paparazzi van vandaag belaagd worden tijdens zijn huwelijk met Helena Fourment. Rubens huwde in 1630 met zijn tweede vrouw. Peter Paul was toen 53, Helena 16. Helena was de dochter van een tapijtenhandelaar en niet van adel. Een opluchting voor Rubens. In een brief schreef hij dat hij niet hield van adellijke vrouwen. Ze hadden te veel kapsones. Hij wou een vrouw die niet bloosde als hij zijn penselen vastnam. Wat hij dan wel onder ‘zijn penseel’ verstond is niet echt duidelijk. Vandaag zou hij daar niet mee wegkomen en riskeert hij de bijnaam Pedo Paul Rubens te krijgen. Dat is er natuurlijk flink over want Rubens trouwde zijn Helena uit liefde en 16 jaar was in die tijd een gebruikelijke leeftijd voor een vrouw om te huwen. Rubens overleed tien jaar later. In die periode verwekte hij vijf kinderen bij zijn jonge deerne. Helena Fourment werd dus in 1640 een weduwe van 26 jaar met vijf kinderen. Nu ja, er was in hun tijd dan ook geen Paus die opriep om niet te kweken als konijnen. Bovendien was Rubens toen een B.V. avant-la-lettre en dan kan je je al iets meer permitteren. Wat zou het leuk geweest zijn als er in de tijd van Rubens al televisie zou bestaan hebben. Peter Paul en zijn Helena in The sky is the limit.
Wat te denken van dit smeuïge verhaal. Peter Paul Rubens was ei-zo-na zelfs nooit geboren geweest. Zijn vader werd in Duitsland in de gevangenis gesmeten omdat hij een kind had verwekt in een buitenechtelijke relatie. Vader Jan Rubens bezwangerde niemand minder dan Anna van Saksen, de vrouw van Willem van Oranje. Dat vader Rubens aan de doodstraf ontsnapte, het gangbare tarief voor overspel in de 16e eeuw, is te danken aan de tussenkomst van zijn vrouw Maria Pypelinckx (what’s in a name). Vader Rubens kwam weg met twee jaar cel en werd verbannen naar het Duitse Siegen, een stad in Nordrhein-Westfalen die nog bij menige gewezen BSD-er goed gekend is. Hij besloot dan maar om voortaan enkel bij zijn Marie zijn gangen te gaan. Peter Paul is er het resultaat van en zo weet je meteen waarom hij in het Heilig Roomse Rijk geboren werd en niet in de Spaanse Nederlanden.
Isabella Brant, de eerste echtgenote van Rubens, was de oudste dochter van Claire de Moy. Claire’s zuster, Marie de Moy, was dan weer de vrouw van Philips, de broer van Peter Paul. Isabella moest dus tante zeggen tegen haar schoonzus. Clara Brant, Isabella’s jongere zus, trouwde op haar beurt met Daniël II Fourment, de oudere broer van Helena, Rubens’ tweede echtgenote.

Rubens was in zijn tijd dus pure Rock ‘n Roll. Het kwadraat van Jerry Lee Lewis en Ozzy Osbourne samen. Ik stel het allemaal wat karikaturaal voor maar redenen genoeg dus om deze unieke tentoonstelling van ons Antwerps icoon te gaan bezoeken. Je hebt er nog tot 28 juni de tijd voor. Vergeet dus de Pfaffs en de Planckaerts, hier zijn… de Rubensen!


rubensprive


Cherio! Cherio! … W’ebbe aindellek ne Prémetro!

Op 25 maart 1975 werd het eerste stuk van de Antwerpse Premetro geopend. Maar veel reden om dit te vieren en is er vandaag nog steeds niet. De bouw van de Antwerpse Premetro startte vijf jaar ervoor, op 15 januari 1970. Voor de bouw van dit eerste zeer bescheiden stukje metro moest de binnenstad zowaar een openhartoperatie ondergaan. Vanop het Koningin Astridplein, via de De Keyserlei en de Meir tot op de Groenplaats was de stad gedurende vijf lange jaren één grote opengereten bouwput. De stad kreunde onder deze ingreep en het resultaat was pover. Amper drie metrostations werden afgewerkt en dan was het zelfs nog geen volwaardige metrolijn. De Premetro was niet meer dan het gewone tramverkeer dat in een mollenpijp van het Centraal Station naar de Groenplaats gleed. Vijf jaar later werd dit deel verlengd tot aan de Belgiëlei. Er werden tijdens die grote werken begin jaren 70 wel veel meer metropijpen aangelegd maar die bleven decennia lang ongebruikt. Er werd in de jaren 80 prioriteit gegeven aan de Brabotunnel, een tramtunnelverbinding met Linkeroever. Groot verschil met de vorige werken was wel dat men niet langer open gapende bouwputten dienden te maken maar dat de metropijpen met een grote boor ondergronds konden worden aangelegd. De verbinding naar Linkeroever werd in 1990 in gebruik genomen en betekende een doorbraak voor de Antwerpse Premetro. Het succes van de Premetro kende nog een tweede elan in 1996 toen de tunnel richting Sportpaleis werd afgewerkt. Na de eeuwwisseling werd het traject van lijn 3 tweemaal verlengd. Aan de kant van Merksem, waar de tram tot bijna aan de grens met Schoten en Brasschaat werd doorgetrokken en op de Linkeroever waar hij via Zwijndrecht tot aan de grens met Beveren in Melsele werd doorgetrokken.

De jongste tien jaar werd het tramnetwerk behoorlijk hertekend en resulteerde het Masterplan in de ene tramverlenging na de andere. Tot in Wijnegem en tot in Boechout en binnenkort ook nog tot in Wommelgem. Hiervoor wordt de Reuzenpijp in gebruik genomen. Deze pijp, die onder de Turnhoutsebaan via Borgerhout naar de Herentalsebaan in Deurne loopt,  ligt al meer dan dertig jaar klaar onder de grond maar wordt nu pas geëxploiteerd. Er ligt ook al meer dan dertig jaar een andere metropijp te wachten op afwerking, op het traject onder het kruispunt van de De Keyserlei en de Frankrijklei, een pijp die in noordelijk richting (Italiëlei-Noorderplaats) loopt. Die afwerking komt voor op het Brabo II-plan maar mogelijk blijft de tram hier bovengronds en zal de pijp gebruikt worden als autotunnel. Vanaf 18 april zal de nieuwe tramlijn 8 dus via de Reuzenpijp tot aan het rondpunt van Wommelgem sporen maar het zal nog tot 2020 wachten zijn eer de stations Carnot, Drink en Foorplein afgewerkt zullen zijn. We zijn dan niet minder dan 50 jaar nadat de eerste spade in de grond gestoken werd. Erg enthousiast kunnen we dan ook niet zijn over een halve eeuw Premetro-geschiedenis. Nog geen 30 km ondergrondse lijnen in een stadsregio van bijna een miljoen inwoners en dan nog steeds bediend door een gewone tram en geen volwaardige metrotrein. De Antwerpse Strangers hadden er in 1975 al hun idee over.



Enfin, beter iets dan niets en als trouwe TTB-er kan ik alleen maar hopen dat men verder gaat op het huidige expansietraject. Van 11 tot 16 april a.s. kan u, ter gelegenheid van de opening van de Reuzenpijp, een twee kilometer lange wandeling maken door dit bouwwerk. Vanaf 18 april zal er -eindelijk- een tram rijden door deze decennialang ongebruikte metropijp. Voor meer informatie en aankoop van tickets kan u terecht op deze webpagina van De Lijn.



Oranje boven !

Groot feest bij onze noorderburen, het Koninkrijk der Nederlanden viert haar 200e verjaardag. Wij moeten eigenlijk met lede ogen het feestgedruis boven de Moerdijk aanschouwen alhoewel wij, als de geschiedenis het iets anders had gewild, vandaag mee aan de feestdis zouden zitten. We hebben er in ‘t stad in ieder geval wel ons best voor gedaan in 1830 en eigenlijk ook nog vandaag. Op 16 maart 1815 werd koning Willem I gekroond tot soeverein van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Dit Verenigd Koninkrijk der Nederlanden was de Benelux avant-la-lettre want ook ons land en Luxemburg behoorde tot dit Koninkrijk. Gedurende 15 jaar, tot de Belgische omwenteling van 1830, waren wij onderdanen van koning Willem I. De geschiedenis heeft het ons geleerd: de rellen, die uitbraken na de opvoering van de opera De stomme van Portici in de Muntschouwburg in Brussel, betekenden het einde van het Verenigd Koninkrijk. Het Koninkrijk der Nederlanden ging op zichzelf verder. Die geschiedenisboeken hebben ons bijna 200 jaar doen geloven dat er een quasi unanieme wil was om onafhankelijk te worden en dat het anti-Holland-gevoel in België universeel zou geweest zijn, een handjevol orangisten niet te na gesproken weliswaar. Maar blijkbaar moeten die geschiedenisboeken dringend aangepast worden, althans volgens Prof. Em. Els Witte, ere-rector van de VUB en een autoriteit op het vlak van vaderlandse geschiedenis. Medio 2014 bracht Els Witte haar boek ‘Het verloren koninkrijk’ uit. Dit lijvige werk, meer dan 500 blz. dik, schetst een heel ander beeld van de orangisten dan wat men ons tot op heden heeft willen doen geloven. Het boek is geen historische roman noch een politiek essay maar een neerslag van jaren wetenschappelijk onderzoekswerk over de orangisten en hun rol en aandeel in het onafhankelijkheidsproces van ons land tussen 1828 en 1850. Paul Jambers zou het beschrijven als: Wie waren die orangisten? Vanwaar kwamen ze? Wat dreef hen? Ik wil een zeer bescheiden poging wagen.

Orangisten waren sympathisanten van het Huis van Oranje en waren dus gekant tegen de afscheuring van Nederland of wilden op zijn minst eerder een confederaal statuut voor Nederland, België en Luxemburg onder gezag van het huis van Oranje. N.b. de groothertog van Luxemburg vandaag stamt ook nog af van het huis Nassau. Eerst misschien een paar mythes weerleggen. Orangisten waren geen Vlaamse nationalisten die tegen het Frans imperialisme waren, iets waar ze vandaag nog wel eens voor versleten worden omdat er gemakkelijk een link wordt gelegd tussen orangisten en kringen als de Nationalistische Studentenvereniging, het Willemsfonds, de Marnixkring, het Algemeen Nederlands Verbond of zelfs Voorpost. Als je weet dat vandaag, naast Antwerps burgemeester Bart De Wever en Kamer-voorzitter Siegfrid Bracke, ook oud-burgemeester van Antwerpen Bob Cools, oud-gouverneur van Oost-Vlaanderen Herman Balthasar, schrijver Geert Van Istendael en burgemeester van Leuven Louis Tobback zich geout hebben als orangist, dan is dit alles behalve een rechts clubje. Zo ook in 1830, toen behoorde -zo blijkt uit het werk van Els Witte- een significant deel van de Franstalige economische elite en van de hoge adel tot de orangisten. Haar naamlijst is indrukwekkend te noemen. Dus niet alleen namen als Jan Frans Willems, maar ook industrieel John Cockerill, bankiers Cogels en Osy, Antwerps burgemeester Van Ertborn, textielfabrikant de Hemptinne, adellijke families zoals d’Arenberg, de Ligne, de Marnix, de Trazegnies, de Bethune, d’Ursel en d’Udekem (jawel voorouders van onze huidige koningin) komen op de lijst van de Oranje-gezinden voor. Blijkt ook dat het orangisme niet louter een Antwerps of Gents fenomeen was. Deze twee steden hebben weliswaar een enorme bloei gekend onder het 15-jarig bewind van Willem I. De Gentse universiteit werd toen opgericht, het kanaal Gent-Terneuzen gegraven en de haven van Antwerpen was de grootste van de Benelux dankzij de vrije Schelde, het Willemdok herinnert hier nog aan. Ook in Luik en in Bergen en in vele kleinere steden en gemeenten zowel in Vlaanderen als in Wallonië waren de orangisten goed vertegenwoordigd, zelfs na de onafhankelijkheidsstrijd, zo mocht blijken uit de verkiezingsuitslagen. Weliswaar was er nog geen algemeen stemrecht maar enkel cijnskiezers. Niettemin bleek het monsterverbond van liberalen en katholieken (en vooral die laatsten waren sterk tegen de unie met het calvinistische noorden) te sterk. Je kon de orangisten grosso modo opdelen in drie groepen. De elite van de handel en nijverheid, hoge officieren van het leger en de hoge adel. Maar ook eminente socialisten als Anseele, De Paepe, Volders en Bertrand waren tegen de afscheiding van het zuiden en kunnen als volksorangisten beschouwd worden. Zeer interessant is ook het onderzoek dat Els Witte deed naar de rol van de orangisten bij de keuze van de eerste Koning der Belgen, tijdens en na de Tiendaagse veldtocht en de wraakacties van de unionisten op de orangisten. Bloedstollender en gewelddadiger dan voorheen werd verondersteld. Het deed mij bijna aan de huidige IS-toestanden denken.

Met haar titanenwerk maakt Els Witte brandhout van wat haar voorgangers, en niet in het minst notoir historicus-belgicist Henri Pirenne, hebben geschreven over het fenomeen orangisme en hun rol in de woelige jaren rond 1830. Ofwel haast totaal genegeerd ofwel minachtend afgedaan als een onbeduidend stelletje nostalgici, meelijwekkende amateur-samenzweerders en/of achterbakse verraders des vaderlands, dat was het aandeel dat de orangisten in de geschiedenisboeken tot op heden toebedeeld kregen. Tja, geschiedenis wordt vaak alleen maar door de overwinnaars geschreven. Ik heb mijn tanden graag in dit lijvige werk gezet en het weekte meteen een wat-als-vraag bij me los. Wat als de orangisten er in 1830 toch in zouden geslaagd zijn om het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden te bewaren? We zouden vandaag tot de G8 (of eigenlijk de G9 dan) behoren, de IJzeren Rijn zou wèl rijden en de Schelde zou zonder aarzelen verdiept zijn. Maar zouden we hier ook even uitbundig als onze noorderburen meebrullen: ‘Oranje boven’ of ‘Leve de Koning’? Als Filip dit leest denkt hij wellicht: Je Maintiendrai!

Antwerpse smaken … de gezoden worst

Ik begin vandaag met een nieuwe reeks artikels over typische Antwerpse smaken. Producten die in Antwerpen werden uitgevonden, geproduceerd, verkocht, gesleten of hun bekendheid aan de koekenstad te danken hebben. Veel van die typische Antwerpse producten bestaan nog wel en zijn ook nog wel te koop maar raken stilaan vergeten. Sommigen zijn zo vanzelfsprekend geworden en zijn nog heel populair maar zijn we vergeten dat ze van Antwerpse origine zijn. Het is niet de eerste keer dat ik iets over Antwerpse smaken breng. Ik had het al over het typische Bolleke van brouwerij De Koninck in Antwerpen, the place to be(er) en over koekjes, elixir en bitterpeeën in de reeks De Beukelaer Trilogie.

Ik begin met een authentiek Antwerps vleesproduct: de gezoden worst of zoals ze in het Antwerps zeggen: een gezoije weusje. Gezoden worst is een varkensworst die in een kalfsbouillon met gelatine wordt bereid. Zieden is een in onbruik geraakt synoniem voor zachtjes koken. Je herkent het woord nog in de uitdrukking ‘ziedend van woede’ of in een ander bekend Vlaams culinair begrip: waterzooi. De witte worst is gemaakt van varkensvlees, niet te verwarren met witte pens of beuling want daar zit geen vlees in. Zieden is eigenlijk koken zonder dat het kookwater hard begint te bubbelen, het kookvocht moet op een temperatuur gehouden worden die net tegen het kookpunt raakt waarbij het kookvocht maar heel fijne luchtbelletjes mag vertonen. Italiaanse pasta’s, bij voorbeeld, mogen niet gekookt worden maar moeten garen in ziedend water om ‘al dente’ te blijven.

De gezoden worst kan zowel warm als koud gegeten worden. Opgewarmd neemt de gelei van bouillon terug een liquide vorm aan. Eet je de gezoden worst koud dan kan je de aspic van de worst scheiden ofwel samen met de worst opeten. Gezoden worst is nog wel te koop bij de betere slager in het Antwerpse. Ik ken echter maar één etablissement in Antwerpen waar ze gezoden worst op het menu hebben staan en dat is in het oudste herberg van ‘het Stad’, café Quinten Matsys in de Moriaanstraat, gelegen in de schaduw van zowel de O.L.V.-toren als de Carolus Borromeuskerk. De ‘Quinten’ is een begrip in Antwerpen. Het gebouw met de naam ‘t Gulick, waar het oudste (bruin) café van Antwerpen huist, dateert van 1565 en viert dus, net als het stadhuis, dit jaar haar 450e verjaardag. Het was het stamcafé van bekende Antwerpse literaire kunstenaars als Jos Vandeloo (die op 25 september a.s. op tram 9 stapt), Paul Van Ostayen en mijn favoriete schrijver Willem Elsschot. Hun portretten werden op de gevel van ‘de Quinten’ vereeuwigd. Jos Vandeloo stak zijn liefde voor ‘de Quinten’ en voor haar gezoden worst niet onder stoelen of banken in zijn boek Elfkroegentocht door Antwerpen uit 1972. Hij schreef toen: ‘Je kan hier de geschiedenis van de muren, de meubels en de toog aflezen en een goed biertje van ‘t vat drinken. Na meer dan 400 jaar is het een café waar de kraan loopt en de tijd stilstaat. Over de gezoden worst schreef hij: ‘Het ziet er niet smakelijk of aantrekkelijk uit maar lekker is het wel.’ Dat is ook de ervaring die ik heb. Als ik in de refter mijn pakje met gezoden worst nog maar op tafel leg krijg ik meteen smalende opmerkingen naar het hoofd geslingerd. ‘Hier is hij weer met zijn dedderworst’, klinkt het dan. Het bibberen van de aspic doet mijn collega’s huiveren maar ze hebben ongelijk want zoals Vandeloo ook al poneerde: ze weten niet hoe lekker het is. Simpelweg omdat ze nog nooit een gezoden worst geproefd hebben.
O tempora, O mores ! Ze weten anders wel rotte blauwe schimmelkaas te smaken -ik ook trouwens- of rauwe oesters. Die doen mij vooral terug denken aan mijn jeugd aan zee in Bredene toen ik wat te onstuimig in de kolkende baren sprong en gelijk een borrel zeewater met een flinke kwak snot te slikken kreeg. Maar voor een heerlijke varkensworst, zachtjes gegaard in fijne kalfsbouillon, bij voorkeur gegeten met een stuk bruin boerenbrood en Tierentyn-mosterd, halen ze de neus op.

De gustibus et coloribus non disputandum est.

klik op een foto voor diashow

S.P.Q.A.

Het is feest op het Schoon Verdiep en daar is een goede reden voor. Het Antwerpse stadhuis viert haar 450e verjaardag dit jaar. Alhoewel wakkere Sinjoren al wel zullen opgemerkt hebben dat hoog op de voorgevel van het stadhuis de datum 1564 prijkt, het jaar van voltooiing, was het pas op 27 februari 1565 dat het gebouw ingehuldigd werd. Het stadhuis is een pareltje van de renaissancekunst die in de 16e eeuw grote opmars kende. Het is van de hand van architect Cornelis Floris de Vriendt en de bouwstijl wordt dan ook Florisstijl genoemd. In 1565 werd de benaming renaissance nog niet gebruikt in de Lage Landen en Cornelis Floris de Vriendt kortte zijn familienaam Floris de Vriendt vaak af tot Floris. Hij was een gerenommeerd architect in ons land en stamde af van een familie van beeld- en steenhouwers. Alhoewel hij in Antwerpen geboren en getogen was en er zijn belangrijkste bouwwerk neerzette werd er geen straat naar hem genoemd noch een standbeeld gezet. In Brussel daarentegen, waar zijn voorvaderen meesters waren van de steenhouwersgilde, is er wel een standbeeld van hem te vinden op de Zavel. Voor alle duidelijkheid, de Florisstraat nabij het Stadspark werd niet naar hem genoemd. Zijn voorouders verhuisden van Brussel naar Antwerpen omdat daar, in de groeiende handelsmetropool, interessante bouwwerken in het verschiet lagen. Zijn voorvaderen leverden een belangrijke bijdrage aan de bouw van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, het Sint Elisabethgasthuis en talrijke burgerhuizen. Cornelis Floris was niet alleen de bouwmeester van het stadhuis, ook het Hanzehuis was van zijn hand. Het Hanzehuis, gebouwd op de plaats waar nu -het inmiddels wereldberoemde- Museum Aan de Stroom staat ging in 1893 in vlammen op. Maar ook buiten Antwerpen liet Cornelis Floris sporen na. Hij bouwde grafmonumenten voor hertog Albrecht von Brandenburg en voor koning Christian III van Denemarken. In ons land zijn vooral de Sacramentstoren van Zoutleeuw en het koordoksaal van de kathedraal van Doornik zijn bekendste werken buiten Antwerpen. Na zijn overlijden drong de renaissance stilaan door in de Lage Landen maar inmiddels had de Florisstijl al de erkenning gekregen van noordelijke renaissance.

Het stadhuis van Antwerpen is niet het oudste stadhuis van Europa maar is wel het enige raadhuis van Europa dat nooit een ander functie heeft gehad. Al 450 jaar hebben de burgemeester en de schepenen van de stad er onafgebroken hun zetel. Geen oorlog of bezetting, noch overstroming kon hen wegjagen. Voor de gemeenteraadsleden ligt dat iets anders want een verkozen gemeenteraad bestond nog niet in 1565. Ook de functie van benoemde burgemeester bestond in 1565 nog niet. Al vanaf 1409 waren er twee burgemeesters in Antwerpen, een binnenburgemeester en een buitenburgemeester. De eerste burgemeesters waren Nikolaas van Wijneghem en Gillis Bacheler. De titel burgemeester, vandaag vaak ook burgervader genoemd, heeft trouwens niks met burgers te maken. De borchmaister was de beheerder (maister) van de burcht (borch), de vestiging rond het Steen. De buitenburgemeester was bevoegd voor de veiligheid en vertegenwoordigde de stad naar buiten. De binnenburgemeester was bevoegd voor de rechtspraak en moest de vonnissen van de vierschaar afkondigen en laten uitvoeren. Deze burgemeesters werden elk jaar verkozen uit het schepencollege, het hoogste gezagsorgaan van de stad. Het schepencollege, of schepenbank zoals ze in het ancien regime werd genoemd, had veel meer bevoegdheden dan nu. Zij bestuurden niet alleen de stad, ze inden ook belastingen en hadden ook een rechterlijke taak. Er bestonden nog geen strafwetboeken of Justitie en het recht werd, naargelang de graad van jurisdictie, gesproken door de schepenen op basis van het gewoonterecht. De scheiding der machten was nog ver weg toen. De burgemeester was (en is nog steeds) het hoofd van de politie. Het woord ‘politie’ heeft ondertussen wel een heel andere betekenis gekregen. Vandaag verstaan we onder politie vooral het korps van wetsdienaars die, meestal gekleed in uniform, de veiligheid van de burgers waarborgen, de wetten doen naleven en de daders van misdrijven opsporen en vatten. Maar die politie bestond nog niet in de 16e eeuw. Onder het woord politie verstond men toen bestuurlijk beleid, m.a.w. het afkondigen en opleggen van lokale regels en reglementen. Het Engelse woord ‘policy’ is nauwer verwant aan wat men toen onder politie verstond. Als men vandaag dan ook spreekt over het gemeentelijk politiereglement of de politie op het wegverkeer dan moet men eigenlijk niet denken aan de man of vrouw in het blauw maar wel de beleidsregels die worden uitgevaardigd door een bevoegde bestuurlijke overheid, wat de burgemeester en de schepenen vandaag nog steeds zijn. Het gemeentelijk politiekorps is pas veel later ontstaan. In de 16e eeuw was het stadhuis het machtscentrum van de stad en noemden men het bestuursorgaan van de stad de Senaat, naar het oude Romeinse begrip. De renaissance was een heropleving van die Romeinse cultuur en vandaar dat op de obelisken van de gevelkroon van het stadhuis de letters S.P.Q.A. werden aangebracht, Senatus PopulusQue Antverpiensis, een allusie op het stadswapen van Rome, vertaald: de Senaat en het Volk van Antwerpen. Deze afkorting prijkt trouwens niet alleen op het stadhuis van Antwerpen, ze komt ook voor in het wapenschild van de koekenstad. Er zijn nog wel meer symbolen die stammen uit de Romeinse tijd. De gouden adelaar op de punt van de vroegere klokkentoren staat naar Aken gericht, de vroegere hoofdstad van het Heilig Roomse Rijk. De beelden van Vrouwe Prudentia (voorzichtigheid) en Vrouwe Justitia (gerechtigheid) staan dan weer symbool voor de twee deugden van het stadsbestuur van weleer, deugden die werden toevertrouwd aan de twee burgemeesters. Antoon Van Stralen, naar wie een straat genoemd werd in het huidige Chinatown, en Lancelot van Ursel, van het adellijke huis van Ursel en naar wie een straat in de Seefhoek genoemd werd, waren burgemeester op het ogenblik dat het huidige stadhuis werd ingehuldigd. Het huidige stadhuis kwam in de plaats van het oude stadhuis aan de Suikerrui dat na de inhuldiging werd afgebroken. Het was het derde en laatste jaar van Antoon Van Stralen als burgemeester want hij werd in 1568 door de Spaanse landvoogd, de hertog van Alva, terechtgesteld. Al is het meest dramatische ongetwijfeld dat van Filips van Marnix van Sint-Aldegonde, onder wiens burgemeesterschap in 1585 de Val van Antwerpen plaats vond. Wist je trouwens dat diens nazaten vandaag nog steeds het kasteel van Marnix in Bornem bewonen. Het systeem van twee burgemeesters heeft bijna 400 jaar bestaan in Antwerpen en werd pas definitief afgeschaft na de hervormingen door Napoleon.



Het stadhuis van Antwerpen staat op de lijst van het UNESCO Werelderfgoed en het verdient in haar feestjaar dan ook alle aandacht. Gedurende een vol jaar zijn er tal van activiteiten en staat de oude binnenstad, letterlijk en figuurlijk, in het licht van deze verjaardag. Het feestjaar werd gisteren, op de verjaardag van de inhuldiging, op gang geschoten. Nog een vol jaar kan u genieten van een bijzondere tentoonstelling en van een unieke rondleiding door de uitmuntende stadsgidsen die ‘het Stad’ rijk is. U krijgt dan toegang tot delen van het stadhuis waar u als gewone bezoeker anders nooit kan of mag komen. Alle informatie hierover kan u vinden op de website 450 jaar stadhuis, waar u ook kan reserveren voor de rondleidingen. Met een beetje geluk komt u terecht in een groep die door Toon Livens wordt gegidst, een trouwe ‘volger’ van mijn blog. Op het Schoon verdiep is sinds gisteren een pop-upcafé geopend. Het is mij echter niet bekend of je in dit stadhuis-café met een Visa-kaart kan betalen.
Ik tracht u alvast te ‘teasen’ met hun promotiefilmpje en sluit af met een leuke wiki. De benaming ‘het Schoon verdiep’ is een typische Antwerpse uitdrukking voor de zetel van het stadsbestuur. Het stadsbestuur is gevestigd op de eerste verdieping van het stadhuis. Het is op deze verdieping dat u zal kunnen genieten van de prachtige 19e eeuwse historische taferelen van Henri Leys. Op de gelijkvloerse verdieping was het minder fraai want die was bestemd voor de werkplaatsen, de paardenstallen en de koetsen. Aan de straatzijde van de gelijkvloerse verdieping zijn vooral poorten te zien. Die poorten werden vroeger gebruikt door marktkramers die er hun handelswaren aan de man brachten. Zo deden zij letterlijk een duit in het zakje voor de kosten van het gebouw. Het bouwconcept uit de vroege renaissance kende navolging bij de chique burgerij en staat vandaag nog altijd model voor onze moderne woningbouw want nog steeds worden er woningen gebouwd in ‘bel-etage’ stijl. Op het gelijkvloers de stalplaats voor het ijzeren ros en voor utilitaire ruimten en op de eerste verdieping de mooiere leefruimten, het schoon verdiep.



Te land, ter zee en in de lucht

Een Antwerps topkunstenaar werd deze maand 75: Henri Van Herwegen alias Panamarenko. Panamarenko wordt als een van de belangrijkste Belgische beeldhouwers van de tweede helft van de twintigste eeuw beschouwd. Zijn artistieke carrière begon in de vroege golden sixties. Henri zocht een gepaste artiestennaam en vond die bij de Amerikaanse luchtvaartmaatschappij Pan Am, een luchtvaarticoon in die tijd en de eerste luchtvaartmaatschappij die de elitaire Jumbojet, de Boeing 747, op haar lijnvluchten inzette. Als overtuigd communist moest zijn artiestennaam een Russische klank hebben. Een familielid van Henri was de leider van de Antwerpse communisten tijdens de oorlog en kwam om tijdens de V-bombardementen. Het werd dan uiteindelijk Panamarenko, van Pan American Airlines and Company en van de naam van een Russische Generaal tijdens de Koude Oorlog. Luchtvaart werd ook zijn handelsmerk. Na enkele bescheiden pogingen als popart-kunstenaar trok hij resoluut de kaart van imaginaire vliegtuigen, helikopters, ballonnen en voertuigen. Op het Sint-Jansplein in Antwerpen (in het Antwerps: het Tjing-tjangsplaain), vlakbij het Panamarenkohuis in de Biekorfstraat, werd een beeldhouwwerk geplaatst als eerbetoon aan de kunstenaar, die vandaag niet meer in Antwerpen woont maar zijn oudedag slijt in de Zwalmstreek, in Sint-Maria-Oudenhove. Panamarenko komt voor zijn 75e verjaardag even terug naar Antwerpen, niet de kunstenaar maar wel zijn werk. Tot 29 maart a.s. loopt er een tentoonstelling over zijn werk in het Museum voor Hedendaagse Kunst onder de titel PANAMARENKO UNIVERSUM. Aansluitend loopt in de Lange zaal van de Academie voor Schone Kunsten tevens een tentoonstelling PANAMARENKO LABORATORIUM.

Antwerpen heeft een traditie als stad voor mensen met reisfantasieën zowel op het land als over het water als in de lucht. De grootste Belgische ontdekkingsreiziger Adrien de Gerlache vertrok voor zijn befaamde expedities met de Belgica uit Antwerpen. De Antwerpse haven was een eeuw geleden ook een belangrijke poort naar de Nieuwe Wereld met haar Red Star Line en vergeet ook niet onze luchtvaartpionier Jan Olieslagers, over wie ik het al had in mijn rubriek Een Antwerpse duivel. Het mag dan ook niet verbazen dat Panamarenko zijn jongensdromen met zijn kunstenaarstalenten deed opleven. Bij Panamarenko bleef het bij expressies, een andere Antwerpenaar in die periode zette zijn jongensdromen om in daden en dat was Fons Oerlemans. Fons was afkomstig uit Nieuwmoer bij Essen maar verbleef een groot deel van zijn leven in Antwerpen en haar haven. Zijn vader was tijdens de Tweede Wereldoorlog actief in het verzet, werd gearresteerd door de Gestapo en in een werkkamp opgesloten. Fons zelf werd zwaar gewond tijdens een V-bombardement dat zijn ouderlijke woning volledig vernielde. Hij was bezeten door techniek, luchtvaart en zeevaart. Hij werd beroemd in 1974 toen hij met zijn zelfgebouwd vlot, De Laatste Generatie, en twee metgezellen de Atlantische oceaan overstak vanuit Marokko naar Trinidad. In het radioprogramma Jan en Alleman zorgde toenmalig radio- en tv-icoon Jan Van Rompaey elke zondagmiddag voor een live verbinding met Fons op zijn vlot. Een technisch huzarenstukje in een tijdperk waar de GSM en het mobiel internet nog verre toekomst waren. Ik heb Fons Oerlemans een paar keer opgezocht in de late jaren 70 toen ik bij de Antwerpse havenpolitie in dienst was. Hij was toen de Seaview aan het bouwen in het Kanaaldok, vlakbij de toenmalige ligplaats van het kerkschip. De Seaview was een soort duikboot waaronder hij een grote pijp met kijkgaten bevestigde en vanwaar hij de oceaan onder het wateroppervlak ging observeren. Niet meteen zijn succesvolste onderneming. Het duikbootproject flopte en hij zou in 1979 een tweede overtocht met zijn vlot maken, welke hem een melding in het Guinness Book of Records opleverde. Patrouilleren in de haven op een zondagnamiddag was een oersaaie bezigheid. Een immens groot gebied waar quasi niks aan activiteit te bekennen viel, dan moest je zelf wat verstrooiing zoeken en die vond ik op de werf van Fons Oerlemans. Als kleinzoon van een naaste medewerker van luchtvaartpionier Jan Olieslagers werd ik ook al heel vroeg gebeten door de reismicrobe. Al vallen mijn reizen niet als avontuurlijke exploratietochten te catalogeren.

Het leven kent soms verrassende toevalligheden. Ik was vorige maand op citytrip in Hong Kong en ging daar met enkele vrienden uit eten. Het zijn allemaal oud-medewerkers van de legendarische luchtvaartmaatschappij Pan Am. Zowel Jackson als Rita, de vrouw van Dr. Fung, hebben er een lange carrière bij Pan Am opzitten. Pan Am kende een geschiedenis, die kan vergeleken worden met onze Belgische Sabena-tragedie. Destijds het grootste en meest elitaire Amerikaans kroonjuweel na Coca-Cola en Mc Donalds ging in 1991 failliet. De maatschappij werd genekt door twee grote catastrofen. De eerste was de crash tussen twee Jumbojets (een van KLM en een van Pan Am) op de luchthaven van Tenerife op 27 maart 1977, nog steeds de grootste ramp in de burgerlijke luchtvaart met 583 slachtoffers en de tweede was de terroristische aanslag nabij het Schotse Lockerbie, een laffe aanslag geregisseerd door de Libische schurkenstaat van Kolonel Kadhafi. Maar verder was er, net als bij Sabena, ook een fataal gebrek aan managementvisie op de evolutie in de luchtvaarteconomie, die na de golden 60-70’s danig begon te wankelen. De oliecrisis van 1973 en de Golfoorlog in 1991 hebben uiteindelijk tot de ondergang van Pan Am geleid. Een jaar voor het faillissement bestond de vloot van Pan Am nog uit 160 lijnvliegtuigen. Net als bij Sabena blijven de vroegere werknemers van Pan Am hun icoon koesteren en komen ze nog regelmatig samen. Bijna 25 jaar na datum was er tijdens mijn citytrip in Hong Kong nog een reünie van oud-medewerkers van de Pan Am-zetel in Hong Kong. Niet minder dan 150 oud-Pan Am-ers kwamen er vorige maand bijeen.

Panamarenko weet het wel: luchtvaart blijft de jongensfantasie prikkelen. Henri nog vele jaren!

Panamarenko

Veel wol, weinig gemekker

Komende week is het weer zover, de ganse Chinese gemeenschap staat dan (bijna letterlijk) in vuur en vlam voor het nieuwe jaar, het Jaar van de Geit. Het Chinese nieuwe jaar wordt ingeluid op de tweede nieuwe maan na de winterzonnewende. Ten vroegste op 21 januari en ten laatste op 20 februari dus en daarmee is het dit jaar dan ook een late Nieuwjaar voor mijn tweede moederland. Het is dit jaar het Jaar van de Geit (of van het Schaap want de Chinezen gebruiken hetzelfde woord en teken voor beiden). De Geit is het achtste dier in de Chinese dierenriem. Aangezien de Chinese dierenriem twaalf symbolen kent, één per jaar, zijn mensen die in het Jaar van de Geit geboren zijn dus geboren in het jaar 2015, 2003, 1991, 1979, 1967, 1955, 1943, 1931, 1919 enz. U hebt het al begrepen, ik hoor ook in dit rijtje thuis en begin al akelig dicht bovenaan de rij, qua ouderdom, te geraken. Voor mij meteen ook een bijzonder jaar want buiten de dierensymbolen wordt de Chinese dierenriem ook aan de vijf natuurelementen gekoppeld: water, vuur, aarde, metaal, en hout en is voor mij dus de cirkel rond. Vijf maal twaalf is zestig en daar zal ik (later dit jaar) ook beland zijn. Ik wil gerust een volgende cyclus volmaken maar ik vrees dat dit eerder utopisch is en bovendien slecht voor de staatskas.

De karaktereigenschappen van de  (yáng) sluiten overigens perfect aan bij mijn persoonlijkheid. Oordeel zelf maar: Ze zijn goed gemanierd. Het zijn ongeneeslijke romantici, die er van houden iemand te vertroetelen. Zij hebben artistieke inslag en ze waarderen en eerbiedigen de natuur. Ze hebben de veiligheid van de familie nodig en zien spiritualiteit als een belangrijk aspect in hun leven. Ze willen best een stapje meer doen, als zij iets willen. Zij, die in dit jaar geboren zijn, zullen ook een extra stapje moeten zetten, als zij iets graag willen hebben. Vooral als het iets is dat hen veiligheid of fysiek comfort zal brengen. Zij hebben een grootmoedig hart en ze kunnen altijd vergeven en vergeten. De onplezierige kant is dat zij besluiteloos en afhankelijk zijn en niet zonder een baas kunnen. Zij zijn overdreven gesloten en nemen het ruim met de discipline. Zij houden van klagen en geven er de voorkeur aan voorzichtig te werk te gaan. Sentimentaliteit dwingt hen om het leven door een roze bril te bekijken. Mensen geboren in het Jaar van de Geit kunnen ver komen in hun carrière, mits ze de juiste richting kiezen.
Ik hoop dat u er niet de slappe lach van gekregen heeft.

Ik bevind me niettemin in een zeer select gezelschap van ‘geiten’ of ‘schapen’. Koning Willem Alexander van Nederland. Voormalig Sovjetleider Mikhail Gorbachev. Acteurs Gene Hackmann (The French Connection), Kevin Costner (Dances with Wolves), Mel Gibson (Mad Max), Bruce Willis (Die Hard), Robert De Niro (The Deerhunter) Rowan Atkinson (Mr. Bean) en Chow Yun-Fat (Crouching Tiger, Hidden Dragon). Actrices Julia Roberts (Pretty Woman), Nicole Kidman (Moulin Rouge) en Whoopi Goldberg (Sister Act). Beatle Georges Harrison en Rolling Stones Mick Jagger en Keith Richards. Hippie-iconen Janis Joplin en Jim Morrison. Charmezanger Julio Iglesias (Un canto a Galicia), moederhartenbreker Heintje (Mama!) en schlagerzangeres Marianne Rosenberg (Ich bin wie du). De vader van de Amerikaanse literatuur Mark Twain (Tom Sawyer and Huckleberry Finn). Apple-bobo Steve Jobs en Microsoft-bobo Bill Gates. De Franse topsporters Alain Prost en Michel Platini en de Duitse topvoetballer Karl-Heinz Rummenigge. En dichter bij ons: Kreuner Walter Grootaers, atleet Ronald Desruelles, voetballer Ludo Coeck, de keizer van Oostende Johan Vande Lanotte, journaalanker Martine Tanghe, linkse rakker en soixantehuitard Paul Goossens, nog linksere rakker en Humo-goeroe Guy Mortier, Anderlecht-legende Paul Van Himst, Vlaamse charmezangeres Marva en Italo-Belgische charmezanger Salvatore Adamo. Misdienaar Hermanneke Wijns uit Merksem (een neef van de bekende komiek Gaston Berghmans) die op tienjarige leeftijd in 1941 overleed. Zijn graf in Merksem wordt nog frequent door bedevaarders bezocht en er is een kerkelijke procedure lopende om hem zalig te verklaren.
Een van de oudste nog levende beroemdheden, die geboren is in het Jaar van de Geit, is Heinz Polzer alias Drs. P. De Nederlands-Zwitserse schrijver en cabaretier werd in 1919 geboren en wordt dus 96 dit jaar (op 24 augustus). Van mij krijgt hij alvast een flinke soepketel van knolraap en lof, schorseneren en prei.

Dat ze in het Verre Oosten en ook bij ons in de Chinese gemeenschap er maar een goede lap op geven voor de start van het Jaar van de Geit. Ik wens al mijn Chinese familieleden en vrienden hier en ginder een jaar van veel wol en weinig gemekker toe. Onze internationale wensen kan u lezen door op deze link te klikken. Zoals steeds heeft mijn blog ook een informatief en educatief karakter en bij deze wil ik je dan ook graag een Chinees Nieuwjaarsliedje leren zingen.

Muzieknoot Gong Xi Fa Cai Geit