Paarlen voor de zwijnen

Nu de laatste kruitdampen van het weelderig afgeschoten vuurwerk ter gelegenheid van het Chinese Nieuwjaar zijn opgetrokken is het weer tijd voor een uitstapje. Wij trekken voor enkele dagen naar Macau of voluit Região Administrativa Especial de Macau da República Popular da China. De naam verraadt het al: ten eerste Macau heeft een speciaal autonoom statuut binnen China en ten tweede in Macau is Portugees de voertaal. De speciale status heeft haar oorsprong in de recente geschiedenis van Macau. Tot 1999 was Macau, net als Hongkong, een kolonie en behoorde het niet tot China. Macau viel onder de Portugese kroon, Hongkong onder de Britse. Toen deze kroonkolonies in resp. 1999 en 1997 werden overgedragen aan China werd bedongen dat zij nog vijftig jaar konden genieten van een apart bestuurlijk statuut. Zij hebben dus nog een apart gouvernement, een eigen munt (de Macau pataca) en lokale wetten en regels. Macau en Hongkong zijn zo bijvoorbeeld de enige regio’s in China waar links wordt gereden. Van de Portugese taal in Macau schiet ondertussen niet veel meer over, je hoort er amper Portugees spreken maar op straatnaamborden, officiële documenten, pancarten e.d. wordt het Portugees nog wel gebruikt.

Macau ligt aan de delta van de Parelrivier. Samen met Hongkong vormt zij daar de toegangspoort tot deze deltaregio. De Parelrivierdelta is in de laatste twintig jaar uitgegroeid tot de grootste metropool ter wereld. Op zijn minst vijftig miljoen mensen, maar naar schatting bijna honderd miljoen mensen, bewonen de Chinese steden langs de Parelrivierdelta. De belendende steden Guangzhou (bij ons beter bekend als Kanton), Zhongshan, Zhuhai, Dongguan en Shenzhen zijn elk goed voor tien à twintig miljoen inwoners. Ze zijn zo uit hun voegen gebarsten dat je nog amper de stadsgrenzen kunt ontwaren, één megapolis. Daar worden de steden Macau en Hongkong zelf nog niet bijgerekend, juist omwille van hun speciaal administratief statuut. Het was in de late jaren 70 dat de Chinese overheid besliste om van de regio Kanton een speciale economische regio te maken. Na de overdracht van Macau en Hongkong en met de economische ‘boom’ van de jaren 90 kreeg de regio pas echt wind in de zeilen. Het leeuwendeel van producten die het etiket ‘Made in China’ dragen komt uit deze regio. Massaal trokken Chinese migranten van het platteland naar de megapolis om er een graantje mee te pikken van de bloeiende economie, de grootste migratiestroom in de geschiedenis van de mensheid. De Parelrivierdelta is daarmee ook de welvarendste regio van de Volksrepubliek. De gemiddelde levensstandaard ligt hier veel hoger dan in de rest van China. De gemiddelde Chinees leeft hier van een meer dan behoorlijk inkomen tot zelfs zeer rijkelijk. Probleem is wel dat de gemiddelde Chinees hier van een ongelikte beer van het platteland gebombardeerd werd tot welstellende burger maar dat hun manieren, opvoeding en levensstijl niet mee geëvolueerd zijn. Om in de Nieuwjaarssfeer te blijven: al draagt de aap een gouden ring … Door het feit dat ze nu geld genoeg hebben willen ze ook graag gaan reizen en overstelpen ze vooral de buurregio’s Macau, Hongkong en ook Taiwan. Tot grote ergernis van dezen, die het wellicht wel begrepen hebben op de lucratieve inkomsten door de commie’s maar minder op hun geroep, gevloek en gerochel in het openbaar.

Macao-mapMacau zelf is met haar 30 km² een eerder kleine stad, amper groter dan pakweg Kontich-Waarloos. Met meer dan 600.000 inwoners wel heel dicht bevolkt. Macau bestaat eigenlijk uit drie delen, het schiereiland Macau en de eilanden Taipa en Coloane. Deze twee eilanden werden in de voorbije jaren door landwinning volledig met elkaar verenigd en vormen het nieuwe gebied Cotai (samentrekking van Coloane en Taipa). De dorpjes Coloane en Taipa liggen vandaag volledig in de schaduw van het grote gokparadijs dat er werd neergepoot. Op Cotai hebben de casinobazen van Las Vegas een nieuwe Strip gebouwd met megacasino-resorts zoals die ook in de Sin City van Nevada te vinden zijn. Hiermee werd in Macau een gigantische gokindustrie op gang getrokken die voor de belangrijkste bron van inkomsten zorgt. Het goktoerisme op zich is niet nieuw want al in de Portugese periode waren er casino’s op Macau maar door de economische groei in China komen de commie’s nu massaal afgezakt naar dit El Dorado. Het succes van de casino’s heeft voor een pervers effect gezorgd in de stad Macau zelf. Daar hebben tal van winkels en handelszaken de deuren moeten sluiten omdat ze geen personeel meer vinden. Jonge Macauers gaan liever in het casino werken waar ze veel beter betaald worden.

Je hoort dan wel geen Portugees meer spreken in Macau, de Portugese tradities zijn er nog duidelijk aanwezig. Als je even abstractie neemt van de voertaal dan lijkt het nog altijd of je in een Portugese buurt aan het flaneren bent. Zelfs op de spijskaart vind je nog tal van Portugese gerechten zoals bacalhau en de overheerlijke Portugese taartjes pasteis de nata. In het oergezellige dorpje Coloane is zelfs een pousada, dat is een luxehotel in een oud herenhuis of kasteel zoals je in Portugal (ook in Spanje onder de naam parador) veelvuldig vindt. Wij verblijven in Coloane op een appartement van een vriend. Vlakbij het dorpscentrum en het haventje. Ik voel me dan ook eventjes op vakantie in Zuid-Europa.



Hang de aap maar uit

Traditioneel valt het Chinese Nieuwjaar op de tweede nieuwe maan na de winterzonnewende en dit jaar is deze tweede nieuwe maan te zien op 8 februari. 2016 is het Jaar van de Aap. Apen zijn volgens de Aziaten niet de domme, speelse dieren waarvoor wij ze in de Westerse wereld aanzien, apen zijn de genieën van de Chinese dierenriem. Ze leven in groepen, zijn intelligent en geestig. Niets is voor hen te moeilijk. En als het wel te moeilijk is, zullen ze doorgaan tot het barst. Ze zijn vindingrijk, houden van uitdagingen, hebben respect en hebben inzicht in zaken. Als apen zich ergens voor inzetten, worden ze steeds beter. Ze zijn heel erg flexibel en kunnen zich uit situaties redden door gevlei en strategisch manoeuvreren. Als er iets fout gaat zullen ze zelden twee waarschuwingen geven. Apen zijn planners, die uit situaties hun eigen voordeel willen halen. Ze kunnen ook snel hun  interesse verliezen, wanneer ze geen aandacht krijgen. Apen zijn zo in zichzelf gekeerd, dat ze anderen niet gemakkelijk vertrouwen. Ze kunnen een kleinigheid opblazen tot iets groots. Mensen geboren in het Jaar van de Aap zijn geestig, intelligent en hebben een magnetische persoonlijkheid. Persoonlijkheidskenmerken zoals nieuwsgierigheid en slimheid maken ze erg ondeugend. Apen zijn meesters van practical jokes, omdat ze graag grappen maken. Hoewel ze geen slechte bedoelingen hebben, kunnen hun streken soms kwetsend zijn voor de gevoelens van anderen.

zien_horen_zwijgen_apen_1

Bekende apen zijn o.a. Julius Caesar (die de aap uithing tegen de dappersten aller Galliërs, de Belgen), Diana Ross (die de aap uithing bij The Supremes), Frank Oz (die de aap uithangt in The Muppetshow), Tom Hanks (die de aap uithing als Forrest Gump), Will Smith (die de aap uithing in The Fresh Prince of Bel-Air), George Lucas (die de aap uithing met zeven Star Wars-films), Venus Williams (die de aap uithangt op het tennisveld al zal ze mij deze uitdrukking nu wel heel kwalijk nemen), Lisa-Marie Presley (die de aap uithing als de dochter van Elvis en als de ex van Michael Jackson) en Marine Le Pen (die de kwade aap uithangt bij het Front National in Frankrijk). Wat dichter bij ons vinden we Rik Torfs (die de aap uithangt aan de univ van Leuven), Patrick Janssens (die de stralende “‘A”‘ap uithing in het stadhuis van Antwerpen), Herman Van Molle (die de aap uithing in diverse quizzen voor intellectuelen), Hugo Matthysen (die de aap uithing in Het Peulengaleis), Eddy Merckx (diegene die de aap uithangt als biljarter en niet die als wielrenner), Gert Verhulst (die de aap uithangt met een pluizige hond en met drie grieten), Tom Lenaerts (die de aap uithangt door tegen zijn Pappenheimers te zeggen dat kalmte hen kan redden), Tom Boonen (die meestal de aap uithangt buiten het peloton) en Ann De Mulder (die geregeld de aap uithangt op het secretariaat van de korpschef, vooral als ze kan meevliegen naar de regenboog).

De oudste nog levende beroemdheid geboren in het jaar van de aap is Javier Pérez de Cuéllar, gewezen secretaris-generaal van de Verengde Naties. Hij bereikte op 19 januari de gezegende leeftijd van 96 jaar. Mijn bijzondere aandacht gaat deze keer echter naar Boudewijn De Groot, geboren in het Jaar van de Aap 1944 en die met zijn evergreen Het Land van Maas en Waal een zeer artistieke dimensie gaf aan ‘de aap uithangen’. Deze keer dus geen Chinees Nieuwjaarsliedje maar een vrolijke Hollandse meezinger die bij ons in de hitlijsten stond in het Jaar van de Aap 1968. Een mooie ode aan kunstschilder Jeroen Bosch waarvan dit jaar de vijfhonderdste verjaardag van zijn overlijden wordt herdacht.

Gong Xi Fa Cai !


Toch liever een Chinese nieuwjaarswens? Klik dan hier



Aardbeving in Taiwan: Mogelijk honderden mensen begraven onder puin

Als gevolg van een zware aardbeving in Taiwan liggen er mogelijk honderden mensen begraven onder het puin van ingestorte gebouwen, bericht het persagentschap CNA op basis van ooggetuigen. Op beelden is te zien hoe een flatgebouw van zestien verdiepingen in de miljoenenstad Tainan op zijn zij ligt. Hoeveel mensen er zich in het gebouw bevonden is nog niet bekend. Ook elders zijn er nog geen meldingen over dodelijke slachtoffers. Volgens CNA zijn ook mensen gewond geraakt door neervallende brokstukken. Na de eerste beving rond 4 uur ‘s ochtends, waren er nog verschillende naschokken. De eerste aardbeving had een kracht van 6,4 op de schaal van Richter. Het epicentrum lag bij de havenstad Kaohsiung. De meeste bewoners werden verrast in hun slaap. Ook de reddingswerken zijn gestart in het donker, met behulp van schijnwerpers en zaklampen. De aardbeving gebeurt net voor het Chinese nieuwjaarsfeest van zondag op maandag en brengt nare herinneringen naar boven over de beving in 1999 in Taiwan. Toen kwamen 2.400 mensen om het leven. De beving had toen een kracht van 7,3.
Bron deredactie.be


We werden hier in Taipei behoorlijk wakker geschud maar voor het overige zijn er hier geen schade of persoonlijke ongevallen te melden. De mensen in Tainan zijn er veel erger aan toe en dat op de vooravond van het Chinese nieuwjaar. Onze gedachten zijn dan ook vooral bij deze onfortuinlijke mensen.

56b53f54c46188d90b8b45f4

In Orchard Road

Het klinkt als het liedje van Leo Sayer uit 1983 maar het heeft er niks mee te maken. Vooral omdat de zanger van tophits als When I need you en Long tall glasses het niet over Singapore had maar over een denkbeeldige straat waar hij zijn liefdesverdriet uitte. Orchard Road in Singapore is helemaal niet denkbeeldig, het is zelfs de belangrijkste winkelboulevard van de stadstaat en ze kan wedijveren met de Avenue des Champs Elysées in Parijs of Fifth Avenue in New York. Het is een overweldigend shopaholicparadijs. Er zijn maar weinig plekken op aarde waar je zo’n hoge concentratie van winkels, ‘malls’ en eetgelegenheden kan vinden. Shop till you drop is het devies hier. Gelukkig is er tussen de bedrijven door nog voldoende gelegenheid om een koffie te slurpen, je voeten te laten masseren of iets achter de kiezen te steken. Nochtans is deze tweekilometerlange boulevard niet het enige gezicht van de wijk. Midden in de hectiek van Orchard Road kom je bij Peranakan Place, een ‘cosy’ plaatsje omzoomd met rijk gedecoreerde handelshuizen van weleer dat omgetoverd werd in een plein met veel cafés en restaurantjes waar je gezellig buiten kan zitten. Het plein geeft ook toegang tot een achtergelegen historisch straatje met prachtig gerestaureerde huizen van de vroegere eerste generatie Chinese handelaars in Singapore. Voor de rest is de omgeving rond Orchard Road een zeer rustige en groene buurt, een ambassadebuurt, met als belangrijkste trekpleister de Singapore Botanic Garden & National Orchid Garden. Een mekka voor planten- en tuinliefhebbers met een collectie van meer dan 700 verschillende orchideeën waaronder de nationale bloem van Singapore: de paarse orchidee Vanda Miss Joaquim. De botanische tuin is een oase van rust vlakbij de drukte van Orchard Road.

De laatste van de vijf centrumwijken, Little India & Kampong Glam, brengt je dan weer in een heel andere wereld waarin je je even niet meer in Singapore waant. Een wat rauwere wijk met hindoetempels, goudwinkeltjes, sarishops en lokale eettentjes. De wijk wordt gedomineerd door Maleise en Arabische invloeden rond de Sultanmoskee met zijn imposante gouden koepel. Her en der wordt er flink aan de waterpijp gelurkt. De oudste hindoetempel dateert van 1855 en werd door de eerste generatie Tamil-migranten gebouwd. Buiten deze religieuze bezienswaardigheden vind ik deze wijk eigenlijk de minst aantrekkelijke van de stadstaat.

Dan maar terug naar Orchard Road want daar ligt ook ons hotel met de logische naam Orchard Hotel. Een klasse vijfsterrenhotel met zowel Westers als Chinees ingerichte kamers en ruimten. Een hotel dat normaliter niet in mijn prijsklasse valt maar dat ik met een promotie voor een prikje heb kunnen boeken en waar we hebben kunnen genieten van een luxe kamer met een uitgebreid ontbijtbuffet. Onze citytrip naar Singapore zit er ondertussen op en wij keren moe maar voldaan terug naar ons honk in Taipei. Singapore heeft mij enorm gecharmeerd, hier wil ik zeker nog terugkomen.

Ik sluit af met een bartenders-wiki. Als je ooit naar Singapore gaat vergeet dan zeker niet de nationale cocktail, de Singapore Sling, te proeven. Deze vermaarde cocktail werd 100 jaar geleden voor het eerste gemixt in de Long Bar van het Raffles hotel door de uit Hainan afkomstige barman Ngiam Tong Boon. Het origineel recept bestond uit twee maten gin, één maat cherry brandy en appelsien-, ananas- en limoensap. Het origineel recept ging verloren maar werd in de jaren dertig terug opgediept. Tegenwoordig voegt men er ook een scheutje Cointreau en DOM Bénédictine aan toe en Grenadine met Angostura Bitter in plaats van sinaasappelsap. De ‘genuine’ sling kan je nog steeds drinken in de Raffles. Laat je echter niet in de zak zetten want in veel bars in de stad is deze sling niet meer dan een scheut goedkope gin met veel grenadine. Kesihatan anda!


klik op foto voor vergroting

Dans les petites rues de Singapour …

… où j’ai perdu la raison pour toujours. Zo bezong Brusselaar Lou Deprijck en zijn twee supersexy Hollywood Bananas-danseressen in 1982 zijn dwaaltocht door Singapore, al weet ik niet zeker of hij er ooit echt geweest is. Singapore is een hectische stad. Met 5,5 miljoen inwoners op een oppervlakte van 716 km² is het een stad met een enorme bevolkingsdensiteit. Ter vergelijking: Vlaanderen telt 6,5 miljoen op een oppervlakte van 13.522 km² dat is dus bijna twintig maal meer ruimte. Ondanks dit mierennesteffect is Singapore toch een gezellige stad met veel gezichten en variaties. Druk, maar gezellig druk en met opvallend veel groen en aandacht voor het milieu.

Singapore is een stad met verschillende gezichten en bulkt van de diversiteit. Een wandeling maken door één van de vijf centrumwijken is telkens binnenstappen in een nieuwe wereld met nieuwe facetten. De koloniale wijk is de geboorteplek van de stad. Met haar overblijfselen van haar Brits verleden, haar historische kerkjes, haar talrijke neo-Palladiaanse overheidsgebouwen en musea en het imperiale Raffles Hotel is zij de stille getuige van een rijk koloniaal verleden. Drukke straten vol chique hotels en stijlvolle winkelcentra en een krioelende mensenmassa. Voor een meer relaxte sfeer moet je een wandeling maken langs de monding van de rivier waar ook de vermaarde Merlion (het symbool van de stad, half leeuw-half vis) staat of in Fort Canning Hill, ooit een belangrijk verdedigingsfort maar vandaag een gezellig park met historische sites. In deze wijk vind je ook Raffles city, Raffles landing site en het Raffles Hotel. Allemaal gedenkplaatsen aan de Britse gouverneur-generaal Thomas Stamford Raffles. Thomas Raffles was een werknemer van de Britse Oost-Indische Compagnie die het van klerk in London tot gouverneur-generaal van Singapore schopte. Hij stichtte tweehonderd jaar geleden een vrijhandelspost op het schiereiland dat zich zou ontwikkelen tot het huidige Singapore. Hij wordt dan ook als de vader van de huidige stadstaat beschouwd. Het meest in het oog springend gebouw in de koloniale wijk is echter de MICA-Building. Dit voormalige politiegebouw in neoklassieke stijl is een blikvanger voor fotografen met haar 911 vensterluiken en kozijnen die in alle kleuren van de regenboog werden geschilderd. Chinezen laten het gebouw links liggen want zij zijn van mening dat het de goede ‘feng shui’ verstoort. Als gewezen politieman die met een Chinese getrouwd is zit ik dus met een dilemma.

Je kan in Singapore geen grotere stap in de tijd zetten dan vanuit de koloniale wijk simpelweg de brug naar de overkant van de rivier, naar de wijk Marina Bay, af te wandelen. Je stapt over de Helix-brug (geïnspireerd op een DNA-structuur) in vijf minuten van de 19e naar de 22e eeuw. Ja, u leest het goed, de 22e eeuw. Marina Bay is een gewaagd architecturaal concept met ultrafuturistische facetten. En of het geslaagd is. Ik ben zelden zo onder de indruk geweest van hypermoderne gebouwen, straatinfrastructuur en parken. Deze wijk bestond een kwarteeuw geleden niet eens, zij is volledig op de zee door landwinning gecreëerd. Als je door het Esplanade park wandelt kan je je zelfs nog moeilijk voorstellen dat men hier in het koloniale tijdperk even een wandeling langs de zee kwam maken. De zee is vandaag kilometers ver verwijderd. Imposante torens van glas, staal en beton bepalen hier het uitzicht maar bij gebrek aan natuurlijk groen werd er ook aan een park gedacht. Gardens by the bay is een gewaagd maar uniek project. Een 101 hectare grote tuin met twee immense biosferen (Flower Dome en Cloud Forest) die een droog en een koel klimaat nabootsen. Blikvangers zijn de achttien superbomen, enorme gestileerde bomen van staal begroeid met klimplanten waarin regenwater wordt opgevangen en zonne-energie wordt gegenereerd. Een 128 meter hoge Skywalk geeft een panoramisch vogelperspectief over deze sciencefictionachtige landschapsarchitectuur. Niet minder dan 254.000 verschillende planten en bloemen van over de hele wereld werden in dit project verwerkt. De vier Heritage Gardens (Indiaas, Maleis, Chinees en koloniaal) belichten de rol van planten voor de diverse etnische groepen in Singapore evenals hun historisch belang. Het Artscience Museum, gebouwd in de vorm van een witte lotusbloem, maakt het geheel compleet. Ik had even de indruk figurant te zijn geweest in Avatar. Wie nog op zoek is naar een originele locatie voor een huwelijksfoto … doen !

We zijn terug in de 21e eeuw beland wanneer we de brug oversteken naar de kant van Chinatown. Ooit berucht voor haar bordelen, goktenten en opiumkits is het vandaag een opvallend nette wijk. De vlag dekt niet helemaal de lading want het is niet alleen een Chinese wijk, je vindt er ook hindoetempels. Het waren dan ook niet alleen Chinezen die zich hier in de 19e eeuw kwamen vestigen, ook vanuit India kwamen vele immigranten hun geluk hier beproeven. Niet verwonderlijk want India was toen ook nog een Britse kolonie. Wie Chinatown zegt denkt meteen aan eettenten en straatmarkten en die zijn hier dan ook overvloedig aanwezig. De Boat Quay, waar twee eeuwen geleden de Chinese riksjakoelies af en aan renden, is vandaag een modern uitgangscentrum geworden met Europese allures. Prijzige restaurants en trendy bars bepalen vandaag het gezicht van de kaai maar als je even een zijstraat inslaat dan wacht je daar terug de authentieke sfeer van Chinatown. Daar kan je nog echt de sfeer van ‘On a little street of Singapore’ opsnuiven. Het Jaar van de Aap staat voor de deur en daar kon je echt niet naast kijken.


klik op foto voor vergroting

In het hol van de leeuw

Ik ben in Taipei nog maar amper bekomen van de jetlag of ik stap morgen al terug het vliegtuig op, richting Singapore deze keer. Singapore zou je eigenlijk de meeste zuidelijke Chinese stad kunnen noemen. Het is ook de meest zuidelijke punt van het Aziatische vasteland en ligt dicht bij de Evenaar. Het heeft dus een tropisch klimaat en de temperaturen schommelen er de komende dagen tussen 30 en 32 graden. Dat is een stuk warmer dan hier in Taipei op dit ogenblik want na het korte winteroffensief zijn de temperaturen al wel een beetje normaler te noemen maar ze blijven toch tussen de 15 en 18 graden steken en de regen is goed van de partij. In Singapore wacht mij een ‘warm’ onthaal.

Singapore is een onafhankelijke stadstaat, geprangd tussen twee grote Aziatische moslimlanden, Maleisië en Indonesië -deze laatste is zelfs de grootste moslimnatie ter wereld- en het wordt van deze beide landen slechts gescheiden door een smalle zeestraat. De stadstaat ontstond in de 2e eeuw n.Chr. onder de Maleise naam Temasek, wat niet meer betekent dan ‘stad aan de zee’, als een vestingstad met een haven. Rond de 15e eeuw zou de naam veranderen in Singapura, Sanskriet voor Leeuwenstad. De legende wil dat toen de Maleise prins Sang Nila Utama hier voet aan wal zette, hij een dier zag dat op een leeuw leek. Weinig waarschijnlijk dat het een leeuw was want in deze regio komen geen leeuwen voor, wel tijgers. In Singapore zelf komen vandaag echter geen tijgers meer voor ingevolge de constante stadsuitbreiding en de daarmee gepaarde ontbossing. De tijger en de leeuw komen dus enkel voor op het wapenschild van Singapore. In de 19e eeuw werd Singapore gekoloniseerd door de Britten en verwierf zo haar autonome statuut ten aanzien van Maleisië. Het was ook in die periode dat de Chinezen massaal kwamen afgezakt naar de havenstad en er de grootste bewonersgroep van werden. Door haar strategische positie werd de havenstad onder de Britse heerschappij een belangrijke handelsmetropool. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Singapore, zoals veel landen in Zuid-Oost-Azië, bezet door de Japanners. Na deze oorlog kreeg het zelfbestuur en in 1963 werd bij referendum besloten om aan te sluiten bij Maleisië. Deze aansluiting was geen succes want er braken al snel zware etnische rellen uit tussen de Maleise moslims en de Chinese bevolking. Uiteindelijk werd Singapore in 1965 een onafhankelijke republiek binnen het Gemene Best wat het tot vandaag nog steeds is. De Britse invloeden en tradities zijn er, net als in Hongkong, nog heel zichtbaar aanwezig. Inclusief het links rijden en de dubbeldekbussen.

Zoals ik al liet doorschijnen, ondanks haar ligging tussen twee grote moslimlanden is Singapore een overwegend Chinees bastion. Meer dan 75% van de bevolking is Chinees, er wordt dan ook meer Mandarijn gesproken dan Maleis al wordt het Engels er als algemene voertaal gebruikt. Het overige deel van de bevolking is Maleier of Indiër (Tamil). Singapore is vandaag een hypermoderne, welvarende handelsstad en wordt samen met Hongkong, Taiwan en Zuid-Korea tot de kleine Aziatische tijgers gerekend, dit zijn staten die een zeer sterke economische groei kenden in de jaren 70-90. Het is een dynamische en bruisende stad met de blik op de toekomst gericht. Futuristische wolkenkrabbers wedijveren er met koloniale residenties, etnische wijken, chique winkelcentra, tropische parken, kleurrijke oosterse tradities en een ultraverfijnde fusionkeuken. Hier vind je het beste van Azië en meer, het grootste succesverhaal van het Verre Oosten. Ze heeft ook de reputatie van de properste stad van Azië te zijn, mogelijk zelfs van de ganse wereld. Bovendien heeft ze een corruptie-arme parlementaire democratie -zij het met fascistoïde trekjes- en een transparante markteconomie. Op drughandel staat de doodstraf en die wordt ook meedogenloos uitgevoerd. Er staan enorm zware geldboetes op graffiti, sigarettenpeuken weggooien en zelfs op het niet-doorspoelen van een openbaar toilet.

Singapore is de belangrijkste hub van Zuid-Oost-Azië geworden. Zowel haar zeehaven, de grootste containerhaven van het Verre Oosten, als haar luchthaven, waar het elitaire Singapore Airlines haar thuisbasis heeft, zijn een belangrijk transportkruispunt tussen Oost- en West-Azië en tussen Azië en Oceanië. Singapore is zeer aantrekkelijk voor een citytrip, voor een stopover op weg naar verdere oorden en ook cruiseboten zetten het graag op hun lijstje van aanlegplaatsen. Het toerisme ‘boomt’ er dan ook. Vanuit Taoyuan International Airport is het vierenhalf uur vliegen. Geen last van een jetlag want Singapore ligt in dezelfde tijdzone als Taiwan. Aan tophotels geen gebrek en met het Sands Resort aan de Marina Bay heeft het er gelijk twee belangrijke attracties bij: het hoogstgelegen openluchtzwembad ter wereld (n.v.d.r. een zwembad van liefst 150 meter lang) en de enige Formule 1-wedstrijd die ‘s nachts wordt gereden.

Hello Kitty

Het vliegtuig waarmee ik van Amsterdam naar Taipei vloog was een Boeing 777 in Hello Kitty uitvoering. Dit wil zeggen dat de romp versierd werd met Hello Kitty figuurtjes. Voor de leken: Hello Kitty is een cartoonfiguurtje, een jong wit katje met een roos strikje dat ook bij onze jongeren, vooral meisjes tussen 2 en 42 jaar, bijzonder populair is. In Taiwan en in Japan is Hello Kitty zelfs populairder dan Mickey Mouse. Ik gebruik opzettelijk het woord katje want met poesje zouden sommigen mij weer kunnen verdenken van dubbelzinnige bedoelingen. In het vliegtuig zelf is ook een apart gedeelte van de Economyclass voorzien van Hello Kitty decoratie en daar krijg je ook een Hello Kitty maaltijd. Geen Kittekat maar de maaltijd wordt keurig gepresenteerd in Hello Kitty figuurtjes. Leuk voor de kindjes en dus betalen mama’s en oma’s graag extra om hun hartendiefjes zo de vlucht van hun leven te gunnen. Dat Gert Verhulst daar nog niet opgekomen is of is er iets dat ik nog niet weet misschien? Zo zat de Economyclass in het segment tussen Bangkok en Taipei goed gevuld terwijl ik in Eliteklasse alle plaats van de wereld had. Als ze nu nog zouden leren hoe ze vliegtuigen op tijd kunnen laten vertrekken dan waren wij ook zo blij als een kermisvogel. Als ik iets negatiefs zou kunnen zeggen over EVA AIR dan is het wel dan hun vliegtuigen toch regelmatig met vertragingen te maken hebben. Meestal gaat het maar over hooguit een half uur maar deze keer was het meer dan een uur en dat weegt dan toch behoorlijk door op de meer dan 24 uren die ik sowieso al nodig heb voor mijn verplaatsing van Edegem naar Xindian. Enfin, shit does happen, zullen we maar denken. Dit alles om te zeggen dat ik ondertussen veilig en wel op mijn bestemming ben geraakt. Nu even de jetlag verwerken en dan vliegen we er weer in. Wacht even, ik ben er toch al ingevlogen? Laat maar :-S

EVA AIR Hello Kitty

We zijn ermee weg

Mijn ‘citytrip’ naar Antwerpen zit erop. Op het ogenblik dat jullie dit artikel te lezen krijgen zit ik terug op het vliegtuig richting Taipei. Alhoewel vooraf zo gepland, bleek toch dat de veertiendaagse onderbreking van mijn verblijf in het Verre Oosten wat kort. Ik werd vrijwel onmiddellijk overstelpt door telefoontjes en mails van vrienden, kennissen en oud-collega’s die mij wilden terugzien en heb er enkelen moeten ontgoochelen omdat mijn agenda direct volgelopen was. Het gaf een goed gevoel te mogen ervaren dat ‘uit het oog’ niet gelijk is aan ‘uit het hart’. Twee weken was te kort en ik zal mij moeten beraden over toekomstige planning maar dat is voor later. Ondertussen heb ik ook een primeur gemist in Taipei. Voor het eerst in bijna zestig jaar heeft het er gesneeuwd. Een toefje sneeuw op de hoogste bergtoppen is niet ongewoon in het winterseizoen maar sneeuw in de stad dat komt zelden voor. Het was er vorig weekend amper 4 graden en dat is behoorlijk koud voor een subtropisch gebied. Het is al even bizar als de 15 graden die amper een paar weken ervoor op de Noordpool werden gemeten. Wat is er mis met ons klimaat? Is dit even een gril van de natuur of moeten we ons echt ongerust beginnen maken? De extreme temperatuurschommelingen maken het nog spectaculairder. Zondag amper 4 graden en vier dagen later terug 24 graden.

Mijn komend verblijf in Taiwan wordt weer heel gevarieerd. Ik blijf zelfs niet erg lang in Taiwan want volgende zondag laten we Taiwan alweer achter ons liggen en vliegen wij naar de stadstaat Singapore voor een citytrip van vier dagen. Daarna komt het Chinese Nieuwjaar eraan en als de laatste vuurwerkpijlen zijn verschoten (en geloof me er worden er aardig wat afgevuurd) dan gaan we tien dagen verpozen in Macau, een vroegere kolonie van Portugal maar -net zoals Hongkong- op het einde van de vorige eeuw terug overgedragen aan China. De schrikkelmaand loopt dan teneinde en in de maand maart mag het dan iets rustiger aan. In april gaan we in Japan van een (late) wintervakantie genieten. Ten noorden van de stad Nagoya, de stad waar Toyota haar thuisbasis heeft, ligt een spectaculair sneeuwgebied. Een gebied dat zelfs pas vanaf medio april toegankelijk is voor toerisme. Ik ben zeer benieuwd hoe we dat gaan ervaren. Eind april pak ik dan terug mijn valiezen en keren we voor een ietsje langer terug naar ons heimat. Houd mijn blog dus maar verder in het oog!


Sneeuw in Taipei

Antwerpse smaken … margarine

Allereerst: margarine is geen Antwerpse uitvinding. Margarine werd in 1869 uitgevonden door een Fransman, Hyppolyte Mège-Mouriés. Hij beantwoordde daarmee een oproep van Napoleon III aan de wetenschappers om een vervangproduct te vinden voor boter. Boter was niet alleen peperduur, het was ook een probleem om mee te nemen in de ransels van de soldaten omdat het goedje vrij snel bedierf. Een jaar later brak de grote Frans-Duitse oorlog uit maar de Fransen waren er nog niet in geslaagd om margarine, zoals de uitvinder zijn product doopte, op grote schaal te gaan fabriceren. De naam margarine ontleende hij uit het Griekse woord margaritári (μαργαριτάρι), dat parel betekent, omdat de eerste margarine een parelachtige glans had. Antwerpen, meer bepaald de deelgemeente Merksem waar ik opgroeide, heeft een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van de margarine. In 1929 werd daar de grootste margarinefabriek van het land geopend waar vanaf dan de bekende Solo-margarine werd geproduceerd. Dit geregistreerd Belgisch product met naam en faam komt dus uit Antwerpen. Of toch niet? Alhoewel Unilever, de huidige eigenaar van Solo, het zo op haar website propageert klopt er toch iets niet aan dit verhaal. Trouwens als Solo een Belgisch product is waarom stond er dan een rood-wit-blauwe band op haar verpakking? Dat zijn toch de Hollandse kleuren, niet?

De fabriek in Merksem aan de Borrewaterstraat in de wijk ‘het Dokske’ vlakbij het Albertkanaal werd immers al in 1902 gebouwd, dus bijna dertig jaar voor er Solo werd gemaakt. Wat werd er toen dan wel in deze fabriek geproduceerd? Juist, margarine maar van het merk AXA (niet te verwarren met de huidige verzekeringsmaatschappij). De eerste die margarine op grote schaal begon te produceren was de Nederlander Antoon Jurgens en dit reeds in 1871. Hij bouwde de allereerste margarinefabriek ter wereld in Oss, dat ligt in Noord-Brabant tussen Nijmegen en ‘s Hertogenbos. Met succes want zijn fabriek barstte al gauw uit haar voegen. Uitbreiding lag niet voor de hand en bovendien was Oss niet erg gunstig gelegen om de producten te distribueren. Bovendien waren er ondertussen twee margarinefabrikanten in Oss, naast Jurgens was er ook nog ene Simon van den Bergh, de stichter van een bedrijf dat tot het ontstaan van het concern Unilever zou leiden, die begonnen was met het produceren van margarine. Daarom besliste de families Jurgens en Prinzen (de aandeelhouders) aan het eind van de 19e eeuw om een fabriek in Antwerpen te bouwen. Antwerpen was met haar haven een ideale uitvalsbasis en  ze bouwden hun nieuwe fabriek aan de Kempische vaart (het latere Albertkanaal). De aandeelhouders veranderden hun naam in N.V. Union, een Belgische vennootschap. Bij de N.V. Union werd aanvankelijk margarine van het merk AXA en van het merk Jurgens Solo gefabriceerd. De Eerste Wereldoorlog deed de verkoop van margarine slabakken en het was dan ook tijd voor een relance. Die vond de N.V. Union in 1929 door de introductie van haar nieuwe margarine Solo. Ondertussen kwam de kleinzoon van stichter Antoon Jurgens, Theodoor Jurgens, aan het hoofd van het bedrijf te staan. Hij introduceerde niet alleen nieuwe technieken en procedés maar voerde ook een innovatief personeelsmanagement. Er werden comfortabele kleedkamers en eetzalen voor arbeiders en bedienden (toen nog absoluut gescheiden klassen) gebouwd en er werden grote inspanningen geleverd om het samenhorigheidsgevoel te bevorderen met vermaak alsook met parades voor handelaars die Solo verkochten. Hiervoor deed Solo beroep op een jong Antwerps talent, ene Bob Davidse. Voor de jongere lezers: Bob Davidse werd enkele jaren later, toen in 1953 de televisie in de Vlaamse huiskamer verscheen, immens populair als Nonkel Bob. Hij was de vader van zanger-acteur David Davidse. Ook de marketing van Solo kreeg een nieuw elan. Solo werd de hoofdsponsor van een wielerploeg. Wielrennen was en is nog steeds enorm populair in Vlaanderen en in de jaren 50-60 werd de wielersport gedomineerd door Vlaamse topwielrenners. Solo was toen een van de grootste wielersponsors, samen met Dr. Mann. De twee Rikken, de keizers van de Vlaamse wielersport, Rik Van Steenbergen en Rik Van Looy, alsook de keizer van de wielerpiste, Patrick Sercu, en een jonge beloftevolle renner die de grootste aller tijde zou worden, Eddy Merckx, werden gesponsord door Solo. De absolute top van de Belgische wielersport na de Tweede Wereldoorlog dankt haar carrière aan het Antwerpse margarinemerk Solo.

Solo margarine zorgde voor een revolutie in de Vlaamse keuken. Echte boter, of roomboter zoals ze mettertijd zou genoemd worden om het verschil met margarine te accentueren, bleef lang een kostbaar goed enkel weggelegd voor de hogere klasse. Margarine had al in het begin van de 20e eeuw de boter verdreven uit de keuken maar Solo veranderde pas echt de kookkunsten van de Vlaamse huisvrouw die nog niet uit ging werken maar thuis aan de haard stond. Dit verandering was te danken aan een gerichte verkoopstrategie van de N.V. Union. In de eerste plaats door hard te werken aan naambekendheid maar ook door gebruik te maken van de diensten van ene Solange Vital. Een onbestaand personage, zij werd door de reclamemakers van de N.V. Union bedacht. Zij profileerde zich als een adviseuse voor de Vlaamse keukenprinsessen en gaf recepten en raadgevingen uit. Elke vraag die een huisvrouw aan Solo stelde werd schriftelijk beantwoord en ondertekend met Solange Vital, directrice. Bovendien gaf Solange ook demonstraties via haar ‘prospectrices’, want koken met Solange is koken met een vriendin, zo luidde de Solo-slogan. Klinkt die slogan u niet bekend in de oren, mevr. Leemans? Solange Vital verdween later van het toneel en de kooktips werden vervangen door het Solo-moment. Om de verkoop te stimuleren werd elk pak margarine voorzien van een spaarzegel Solorama. Een volle spaarkaart gaf recht op een katern van een door Solo uitgegeven “geïllustreerde encyclopedie van landen en volkeren”. Het viel zelfs erg op hoe vaak kinderen opduiken in de reclamecampagnes van Solo. Speelgoedjes, schoolboeken of bordspelen werd kwistig rondgedeeld. Vanaf de late jaren 60 begonnen andere producten van de N.V. Union de dominante rol van Solo over te nemen. Eerst Planta, daarna frituurvet Ozo en nog later ook Becel ‘goed voor hart en bloedvaten’. Ondertussen was de N.V. Union ook overgenomen door haar erfvijand: het concern Unilever. Solo werd één van de vele producten die Unilever aan de man bracht. De fabriek in Merksem verloor belang en is vandaag zelfs met sluiting en de sloophamer bedreigd. Er wordt zelfs geen Solo meer gemaakt, nog wel margarine voor industriële doeleinden. Ik heb mijn ganse jeugd in Merksem gewoond en toen was Solo het industrieel monument van Merksem. Enkele van mijn familieleden hebben er hun ganse loopbaan gewerkt en ikzelf heb er ook nog vakantiewerk gedaan. Ik schrijf dit artikel dan ook met enig ontzag en met nostalgische gevoelens.

Ik sluit af met een Solo-wiki. Tot 1985 moest margarine in vierkante kubussen verpakt worden. Dit was omwille van een strenge Franse wet van 1897, nog verstrengd in 1925 en door zowel de Belgische als de Nederlandse wetgever overgenomen. De regelgeving luidde: “Volgens de wet van 25 december 1925 mag margarine enkel in dezelfde lokalen als boter te koop worden aangeboden, op voorwaarde dat dit in de vorm van kubussen van hoogstens 500 gr. gebeurt, in een verpakking die op ten minste 4 zijden het woord margarine vertoont, de naam en het adres van de fabrikant, alsmede de samenstelling van het product. Elke andere inscriptie, met uitzondering van een commerciële merknaam is uitgesloten. In de winkel moet een bord uithangen waarop het woord Margarine in letters van minstens 10 cm. hoog wordt vermeld”. Deze wettelijke norm werd genomen om te voorkomen dat oplichters margarine voor dure boter zouden laten doorgaan. Door deze regelgeving konden ook analfabeten het onderscheid maken tussen boter en margarine. Boter werd immers in rechthoekige balkvorm verkocht. In 1985 werd deze regelgeving afgeschaft door ‘Europa’. Het was een van de zeldzame momenten in de geschiedenis dat regelneef ‘Europa’ een regel afschafte.


De Geuzenhofkes

Antwerpen heeft met Taipei één gemeenschappelijke straatnaam/plaats en die is gewijd aan de voormalige Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt. In Taipei noemt men ze Roosevelt Road, in Antwerpen de Rooseveltplaats. Maar maak u geen illusies, als je aan de doorsnee Taipeiër naar de Roosevelt Road vraagt dan zal hij je wellicht aankijken alsof hij water heeft zien branden want hier spreken ze van de Luósīfú Lù (羅斯福路). In Antwerpen kennen we de Rooseveltplaats ook nog wel onder andere namen, nl. Gemeenteplaats, Victorie- of Victoriaplaats en oudere Sinjoren hebben het meestal over de Geuzenhofkes. Interessant om ons eens te verdiepen in deze twee straatnamen, gewijd aan dezelfde man.

In Taipei zijn er maar weinig straatnamen die verwijzen naar een persoon. De meeste straatnamen verwijzen naar een nationalistisch of filosofisch begrip of waarde of naar een plaats of stad. Buiten de stichter van de Republiek China, Dr. Sun Yat-Sen, en enkele hoogwaardigheidsbekleders van de Kwomintan, waaronder Generaal Chiang Kai-Shek, kom je er geen persoonsnamen op straatnaamborden tegen. Dan is het een heel ander verhaal in de koekenstad waar, net als in veel andere Belgische steden, heel wat personen geëerd worden op een straatnaambord. Vooral leden van de Koninklijke familie, politici, militaire, religieuze en burgerlijke gezaghebbers kunnen op een blijvende herinnering op een of andere straathoek rekenen maar ook kunstenaars, schrijvers, artiesten, uitvinders en nog veel andere verdienstelijke Belgen werden met een hodoniem bedacht. De Roosevelt Road in Taipei is een grote, brede, statige boulevard van zes kilometer lang die een van de belangrijkste verkeersassen door de stad vormt. Ze begint aan het -bijna imperiaal te noemen- Chiang Kai-Shek Memorial en eindigt aan de zuidelijkste grens van de stad waar ik verblijf, Xindian, een district van de fusiestad New Taipei City. De Rooseveltplaats in Antwerpen is -wat mij betreft- het lelijkste plein van de stad en ligt aan de toegangsweg naar de ruigste buurten van Antwerpen: de Seefhoek, het Faboert en het Statiekwartier. Alleen het belendende Operagebouw en het Atheneum hebben nog wat van de grandeur van weleer.

De Antwerpse benaming Rooseveltplaats is taalkundig zelfs fout. De benaming ’plaats’, die nog wel meer voorkomt in de koekenstad, is een verbastering van de vroegere Franstalige benaming ‘place’ en hoort dus vertaald te worden in ‘plein’. De Rooseveltplaats werd aangelegd in de late 19e eeuw toen de Spaanse vesten werden gesloopt teneinde de stad uit te breiden. Op het traject van de wallen werden de gekende Antwerpse stadsboulevards aangelegd en tegenover de Kipdorpbrug werd in 1867 een nieuw plein aangelegd. Het kreeg de naam ‘Place Victoire’, een verwijzing naar de overwinning op de troepen van hertog François d’Alençon in 1583, daar vlakbij de Kipdorppoort. Deze slag stond bekend onder de naam Franse Furie en ook de Gemeentestraat werd aanvankelijk Victoriestraat gedoopt. Toch werd er geen victorie gekraaid want er was heel wat protest van de Antwerpenaren tegen de straatnamen die naar de Franse Furie verwezen en in 1868 werden de namen gewijzigd in Gemeenteplaats en Gemeentestraat. Maar de Sinjoren gaven het plein wat later de onofficiële benaming ‘de Geuzenhofkes’. De liberalen (in de volksmond de Geuzen genoemd) hadden in 1872 de gemeenteraadsverkiezingen gewonnen en het was liberaal burgemeester Leopold De Wael die in 1875 op het plein vier plantsoenen met rustbanken liet aanleggen. Vlakbij zou ook het nieuwe station worden gebouwd maar die plannen werden achteraf herzien. Dit verhaal kan u lezen in mijn blogartikel Een stad met twee kathedralen. De euforie na de Eerste Wereldoorlog inspireerde het Antwerpse stadsbestuur in 1919 om de stadsboulevards de namen van overwinnaars van de Grote Oorlog te geven. Zo werd de Kunstlei de Frankrijklei en de Handelslei de Italiëlei. En de Gemeenteplaats kreeg haar oude benaming terug, namelijk de Victorieplaats. In de loop der jaren werden er op het plein vier standbeelden neergezet. In 1897 kreeg burgemeester Leopold De Wael een beeld voor zijn Atheneum. Tegenover de burgemeester kwam in 1901 een beeld van de Franse Furie, dat in de volksmond door het leven ging als Koperen Lo. In dezelfde periode verhuisde schilder Antoon Van Dyck van het Atheneum naar het plein. De laatste van de vier was Jacob Jordaens. De vier beelden moesten in de jaren vijftig van de vorige eeuw plaats ruimen voor het toenemende verkeer. Vanaf 1934 kregen een aantal tramlijnen van de buurtspoorwegen hun terminus op het plein. Tijdens de Tweede Wereldoorlog moest op last van de bezetter op de koersborden van de trams de benaming ‘Victorieplaats’ overschilderd worden. Geen nood, de meeste Antwerpenaren wisten immers dat deze trams naar de Geuzenhofkes reden. Franklin D. Roosevelt, de 32e Amerikaanse president en een van de bevrijders tijdens de Tweede Wereldoorlog, werd hier kort na zijn overlijden met een straatnaam herdacht. Voor sommige bejaarde Antwerpenaren is het plein nog steeds: “De Victoriapleuts woar bekaans alle bussen oankoume“. De laatste overwinnaar is hier immers het openbaar vervoer.

Franklin D. Roosevelt is in vele opzichten een zeer bijzonder president geweest. Hij is de enige president van de Verenigde Staten die viermaal verkozen werd: in 1932, in 1936, in 1940 en in 1944. De vierde ambtstermijn heeft hij niet uitgedaan want hij overleed op 12 april 1945, drie maanden nadat hij voor de vierde maal de eed had afgelegd. Na zijn presidentschap werd de grondwet herzien en werd bepaald dat een Amerikaanse president nog hoogstens één keer herkozen kan worden. Roosevelt was ook een nazaat van de allereerste kolonisators van New York, de Nederlanders. Hij is een rechtstreekse nakomeling van de Zeeuw Claes Maartenszen van Rosenvelt die rond 1649 naar Nieuw-Amsterdam emigreerde. Roosevelt was ook de eerste andersvalide president van de Verenigde Staten. In 1921 werd hij getroffen door polio en was verlamd aan de onderste ledematen wat hem voor de rest van zijn leven in een rolstoel deed belanden. Hij was toen al wel politiek actief. Hij bekleedde zijn eerste politieke mandaat in 1910 als senator van New York en in 1913 als minister van Marine. In 1928 werd hij gouverneur van New York en in 1932 deed hij met succes een gooi naar het presidentschap. Ei zo na was hij zelfs geen president geworden want nog voor zijn inauguratie werd een moordaanslag op hem gepleegd door de Italiaanse migrant Giuseppe Zangara, tijdens een bezoek aan Miami op 15 februari 1933. Zijn pistoolschot miste echter de nieuw verkozen president maar trof de meegereisde burgemeester van Chicago, Anton Cermak, dodelijk. Zangara bekocht zijn daad met de elektrische stoel. Franklin D. Roosevelt was de president van de New Deal, een groots plan om de Amerikaanse economie terug uit het slop te halen, waar het na de beurscrash van de jaren 30 in verzeild was geraakt. Met succes overigens. Onder Roosevelt werden de Verenigde Staten de wereldmacht die ze tot op vandaag nog steeds is. Hij schafte ook de omstreden ‘Prohibition’ af en haalde hiermee de wind uit de zeilen van de maffia die grof geld verdiende aan de verkoop van de verboden alcohol. Met de aanval op Pearl Harbour op 7 december 1941 werd het Amerika van Roosevelt mee in de Tweede Wereldoorlog gesleurd. Hij aarzelde niet om zowel Europa als Azië van haar fascistische leiders te helpen bevrijden en met zijn laatste wapenfeit, de Conferentie van Jalta samen met Churchill en Stalin, werd de kaart van Europa grondig hertekend. Hij stond nog mee aan de wieg van de Verenigde Naties maar heeft de oprichting ervan niet meer meegemaakt. Tot slot dient over Roosevelt nog gezegd dat hij een van de weinige presidenten was die een andere taal dan het Engels machtig was. Hij sprak vloeiend Frans en Duits, twee talen die hij als jonge kerel van zijn gouvernantes geleerd had. Sinds Roosevelt is er geen enkele Amerikaanse president meer geweest die nog vloeiend een andere taal sprak. Carter en Bush jr. brabbelen enkele woordjes Spaans, Clinton kan zich een beetje in het Duits behelpen en Obama heeft noties van Indonesisch, een taal die hij leerde toen hij met zijn moeder en zijn stiefvader in Jakarta woonde. Er was één Amerikaanse president die vlot Mandarijn sprak, nl. Herbert Hoover maar zover mij geweten heeft het hem geen straatnaam in China of Taiwan opgeleverd.

Ik sluit af met een indianenverhaal, nl. die van de vloek van Tecumseh. Tecumseh (sluipende panter) was een Indiaanse Shawneeleider die ten tijde van de Britse kolonisatie in Amerika de Indiaanse stammen verenigt om zo gezamenlijk tegen de Britten op te treden. Tecumseh wordt echter in 1811, samen met zijn leger vermoord door William Henry Harrison, die in 1840 president zal worden. Harrison kan weinig uitrichten als staatshoofd, na een maand overlijdt hij aan een longontsteking. Volgens sommigen is dat het begin van de vloek van Tecumseh: Iedere Amerikaanse president die gekozen wordt in een jaar dat eindigt op 0 zal overlijden binnen zijn ambtstermijn. De vloek houdt 140 jaar stand. Een indrukwekkende lijst: In 1860 wordt Abraham Lincoln verkozen, hij wordt in 1865 vermoord, de eerste Amerikaanse president die vermoord werd. In 1880 wordt James Garfield verkozen en hij wordt in 1881 vermoord. De in 1900 verkozen William McKinley wordt in 1901 vermoord. Kan het nog toeval zijn? Alle tot dan vervloekte presidenten alsook twee van de drie moordenaars waren afkomstig uit Shawnee-gebied. De in 1920 verkozen Warren G. Harding sterft in 1923 aan een beroerte. Het verhaal van Franklin D. Roosevelt, in 1940 voor de derde maal verkozen, kent u inmiddels. In 1960 wordt John F. Kennedy verkozen, hij wordt op 22 november 1963 in Dallas vermoord. De in 1980 gekozen president Ronald Reagan zou de vloek uiteindelijk verbreken. Al heeft het niet veel gescheeld want in 1981 wordt ook op hem een moordaanslag gepleegd maar hij overleeft die. Dit verhaal kan u lezen in mijn blogartikel Welterusten mijnheer de President. En om in de ban van de vloek te blijven. In 2000 wordt Georges W. Bush jr. verkozen, ook hij ontsnapte wellicht aan de vloek want bij de aanslagen van 11 september 2001 werd er één verijdeld. Vlucht UA93 stortte neer op 240 km van Washington D.C. Werd het vliegtuig opzettelijk neergehaald om te vermijden dat het op het Witte Huis zou neerkomen? Eén van de vele onbeantwoorde vragen in de duistere geschiedenis van de Amerikaanse presidenten. Is de vloek definitief verbroken? Dat zullen we pas weten als de ambtstermijn afloopt van de in 2020 verkozen president, mogelijk een tweede ambtstermijn voor diegene die dit jaar in november verkozen wordt. Krijgt Amerika voor het eerst een vrouwelijke president? Of wordt het toch die vuilbekkende macho? Who knows. Maar een indianenverhaal is niet altijd een indianenverhaal, nietwaar?