S.P.Q.A.

Het is feest op het Schoon Verdiep en daar is een goede reden voor. Het Antwerpse stadhuis viert haar 450e verjaardag dit jaar. Alhoewel wakkere Sinjoren al wel zullen opgemerkt hebben dat hoog op de voorgevel van het stadhuis de datum 1564 prijkt, het jaar van voltooiing, was het pas op 27 februari 1565 dat het gebouw ingehuldigd werd. Het stadhuis is een pareltje van de renaissancekunst die in de 16e eeuw grote opmars kende. Het is van de hand van architect Cornelis Floris de Vriendt en de bouwstijl wordt dan ook Florisstijl genoemd. In 1565 werd de benaming renaissance nog niet gebruikt in de Lage Landen en Cornelis Floris de Vriendt kortte zijn familienaam Floris de Vriendt vaak af tot Floris. Hij was een gerenommeerd architect in ons land en stamde af van een familie van beeld- en steenhouwers. Alhoewel hij in Antwerpen geboren en getogen was en er zijn belangrijkste bouwwerk neerzette werd er geen straat naar hem genoemd noch een standbeeld gezet. In Brussel daarentegen, waar zijn voorvaderen meesters waren van de steenhouwersgilde, is er wel een standbeeld van hem te vinden op de Zavel. Voor alle duidelijkheid, de Florisstraat nabij het Stadspark werd niet naar hem genoemd. Zijn voorouders verhuisden van Brussel naar Antwerpen omdat daar, in de groeiende handelsmetropool, interessante bouwwerken in het verschiet lagen. Zijn voorvaderen leverden een belangrijke bijdrage aan de bouw van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, het Sint Elisabethgasthuis en talrijke burgerhuizen. Cornelis Floris was niet alleen de bouwmeester van het stadhuis, ook het Hanzehuis was van zijn hand. Het Hanzehuis, gebouwd op de plaats waar nu -het inmiddels wereldberoemde- Museum Aan de Stroom staat ging in 1893 in vlammen op. Maar ook buiten Antwerpen liet Cornelis Floris sporen na. Hij bouwde grafmonumenten voor hertog Albrecht von Brandenburg en voor koning Christian III van Denemarken. In ons land zijn vooral de Sacramentstoren van Zoutleeuw en het koordoksaal van de kathedraal van Doornik zijn bekendste werken buiten Antwerpen. Na zijn overlijden drong de renaissance stilaan door in de Lage Landen maar inmiddels had de Florisstijl al de erkenning gekregen van noordelijke renaissance.

Het stadhuis van Antwerpen is niet het oudste stadhuis van Europa maar is wel het enige raadhuis van Europa dat nooit een ander functie heeft gehad. Al 450 jaar hebben de burgemeester en de schepenen van de stad er onafgebroken hun zetel. Geen oorlog of bezetting, noch overstroming kon hen wegjagen. Voor de gemeenteraadsleden ligt dat iets anders want een verkozen gemeenteraad bestond nog niet in 1565. Ook de functie van benoemde burgemeester bestond in 1565 nog niet. Al vanaf 1409 waren er twee burgemeesters in Antwerpen, een binnenburgemeester en een buitenburgemeester. De eerste burgemeesters waren Nikolaas van Wijneghem en Gillis Bacheler. De titel burgemeester, vandaag vaak ook burgervader genoemd, heeft trouwens niks met burgers te maken. De borchmaister was de beheerder (maister) van de burcht (borch), de vestiging rond het Steen. De buitenburgemeester was bevoegd voor de veiligheid en vertegenwoordigde de stad naar buiten. De binnenburgemeester was bevoegd voor de rechtspraak en moest de vonnissen van de vierschaar afkondigen en laten uitvoeren. Deze burgemeesters werden elk jaar verkozen uit het schepencollege, het hoogste gezagsorgaan van de stad. Het schepencollege, of schepenbank zoals ze in het ancien regime werd genoemd, had veel meer bevoegdheden dan nu. Zij bestuurden niet alleen de stad, ze inden ook belastingen en hadden ook een rechterlijke taak. Er bestonden nog geen strafwetboeken of Justitie en het recht werd, naargelang de graad van jurisdictie, gesproken door de schepenen op basis van het gewoonterecht. De scheiding der machten was nog ver weg toen. De burgemeester was (en is nog steeds) het hoofd van de politie. Het woord ‘politie’ heeft ondertussen wel een heel andere betekenis gekregen. Vandaag verstaan we onder politie vooral het korps van wetsdienaars die, meestal gekleed in uniform, de veiligheid van de burgers waarborgen, de wetten doen naleven en de daders van misdrijven opsporen en vatten. Maar die politie bestond nog niet in de 16e eeuw. Onder het woord politie verstond men toen bestuurlijk beleid, m.a.w. het afkondigen en opleggen van lokale regels en reglementen. Het Engelse woord ‘policy’ is nauwer verwant aan wat men toen onder politie verstond. Als men vandaag dan ook spreekt over het gemeentelijk politiereglement of de politie op het wegverkeer dan moet men eigenlijk niet denken aan de man of vrouw in het blauw maar wel de beleidsregels die worden uitgevaardigd door een bevoegde bestuurlijke overheid, wat de burgemeester en de schepenen vandaag nog steeds zijn. Het gemeentelijk politiekorps is pas veel later ontstaan. In de 16e eeuw was het stadhuis het machtscentrum van de stad en noemden men het bestuursorgaan van de stad de Senaat, naar het oude Romeinse begrip. De renaissance was een heropleving van die Romeinse cultuur en vandaar dat op de obelisken van de gevelkroon van het stadhuis de letters S.P.Q.A. werden aangebracht, Senatus PopulusQue Antverpiensis, een allusie op het stadswapen van Rome, vertaald: de Senaat en het Volk van Antwerpen. Deze afkorting prijkt trouwens niet alleen op het stadhuis van Antwerpen, ze komt ook voor in het wapenschild van de koekenstad. Er zijn nog wel meer symbolen die stammen uit de Romeinse tijd. De gouden adelaar op de punt van de vroegere klokkentoren staat naar Aken gericht, de vroegere hoofdstad van het Heilig Roomse Rijk. De beelden van Vrouwe Prudentia (voorzichtigheid) en Vrouwe Justitia (gerechtigheid) staan dan weer symbool voor de twee deugden van het stadsbestuur van weleer, deugden die werden toevertrouwd aan de twee burgemeesters. Antoon Van Stralen, naar wie een straat genoemd werd in het huidige Chinatown, en Lancelot van Ursel, van het adellijke huis van Ursel en naar wie een straat in de Seefhoek genoemd werd, waren burgemeester op het ogenblik dat het huidige stadhuis werd ingehuldigd. Het huidige stadhuis kwam in de plaats van het oude stadhuis aan de Suikerrui dat na de inhuldiging werd afgebroken. Het was het derde en laatste jaar van Antoon Van Stralen als burgemeester want hij werd in 1568 door hertog de Spaanse landvoogd, de hertog van Alva, terechtgesteld. Al is het meest dramatische ongetwijfeld dat van Filips van Marnix van Sint-Aldegonde, onder wiens burgemeesterschap in 1585 de Val van Antwerpen plaats vond. Wist je trouwens dat diens nazaten vandaag nog steeds het kasteel van Marnix in Bornem bewonen. Het systeem van twee burgemeesters heeft bijna 400 jaar bestaan in Antwerpen en werd pas definitief afgeschaft na de hervormingen door Napoleon.



Het stadhuis van Antwerpen staat op de lijst van het UNESCO Werelderfgoed en het verdient in haar feestjaar dan ook alle aandacht. Gedurende een vol jaar zijn er tal van activiteiten en staat de oude binnenstad, letterlijk en figuurlijk, in het licht van deze verjaardag. Het feestjaar werd gisteren, op de verjaardag van de inhuldiging, op gang geschoten. Nog een vol jaar kan u genieten van een bijzondere tentoonstelling en van een unieke rondleiding door de uitmuntende stadsgidsen die ‘het Stad’ rijk is. U krijgt dan toegang tot delen van het stadhuis waar u als gewone bezoeker anders nooit kan of mag komen. Alle informatie hierover kan u vinden op de website 450 jaar stadhuis, waar u ook kan reserveren voor de rondleidingen. Met een beetje geluk komt u terecht in een groep die door Toon Livens wordt gegidst, een trouwe ‘volger’ van mijn blog. Op het Schoon verdiep is sinds gisteren een pop-upcafé geopend. Het is mij echter niet bekend of je in dit stadhuis-café met een Visa-kaart kan betalen.
Ik tracht u alvast te ‘teasen’ met hun promotiefilmpje en sluit af met een leuke wiki. De benaming ‘het Schoon verdiep’ is een typische Antwerpse uitdrukking voor de zetel van het stadsbestuur. Het stadsbestuur is gevestigd op de eerste verdieping van het stadhuis. Het is op deze verdieping dat u zal kunnen genieten van de prachtige 19e eeuwse historische taferelen van Henri Leys. Op de gelijkvloerse verdieping was het minder fraai want die was bestemd voor de werkplaatsen, de paardenstallen en de koetsen. Aan de straatzijde van de gelijkvloerse verdieping zijn vooral poorten te zien. Die poorten werden vroeger gebruikt door marktkramers die er hun handelswaren aan de man brachten. Zo deden zij letterlijk een duit in het zakje voor de kosten van het gebouw. Het bouwconcept uit de vroege renaissance kende navolging bij de chique burgerij en staat vandaag nog altijd model voor onze moderne woningbouw want nog steeds worden er woningen gebouwd in ‘bel-etage’ stijl. Op het gelijkvloers de stalplaats voor het ijzeren ros en voor utilitaire ruimten en op de eerste verdieping de mooiere leefruimten, het schoon verdiep.



Te land, ter zee en in de lucht

Een Antwerps topkunstenaar werd deze maand 75: Henri Van Herwegen alias Panamarenko. Panamarenko wordt als een van de belangrijkste Belgische beeldhouwers van de tweede helft van de twintigste eeuw beschouwd. Zijn artistieke carrière begon in de vroege golden sixties. Henri zocht een gepaste artiestennaam en vond die bij de Amerikaanse luchtvaartmaatschappij Pan Am, een luchtvaarticoon in die tijd en de eerste luchtvaartmaatschappij die de elitaire Jumbojet, de Boeing 747, op haar lijnvluchten inzette. Als overtuigd communist moest zijn artiestennaam een Russische klank hebben. Een familielid van Henri was de leider van de Antwerpse communisten tijdens de oorlog en kwam om tijdens de V-bombardementen. Het werd dan uiteindelijk Panamarenko, van Pan American Airlines and Company en van de naam van een Russische Generaal tijdens de Koude Oorlog. Luchtvaart werd ook zijn handelsmerk. Na enkele bescheiden pogingen als popart-kunstenaar trok hij resoluut de kaart van imaginaire vliegtuigen, helikopters, ballonnen en voertuigen. Op het Sint-Jansplein in Antwerpen (in het Antwerps: het Tjing-tjangsplaain), vlakbij het Panamarenkohuis in de Biekorfstraat, werd een beeldhouwwerk geplaatst als eerbetoon aan de kunstenaar, die vandaag niet meer in Antwerpen woont maar zijn oudedag slijt in de Zwalmstreek, in Sint-Maria-Oudenhove. Panamarenko komt voor zijn 75e verjaardag even terug naar Antwerpen, niet de kunstenaar maar wel zijn werk. Tot 29 maart a.s. loopt er een tentoonstelling over zijn werk in het Museum voor Hedendaagse Kunst onder de titel PANAMARENKO UNIVERSUM. Aansluitend loopt in de Lange zaal van de Academie voor Schone Kunsten tevens een tentoonstelling PANAMARENKO LABORATORIUM.

Antwerpen heeft een traditie als stad voor mensen met reisfantasieën zowel op het land als over het water als in de lucht. De grootste Belgische ontdekkingsreiziger Adrien de Gerlache vertrok voor zijn befaamde expedities met de Belgica uit Antwerpen. De Antwerpse haven was een eeuw geleden ook een belangrijke poort naar de Nieuwe Wereld met haar Red Star Line en vergeet ook niet onze luchtvaartpionier Jan Olieslagers, over wie ik het al had in mijn rubriek Een Antwerpse duivel. Het mag dan ook niet verbazen dat Panamarenko zijn jongensdromen met zijn kunstenaarstalenten deed opleven. Bij Panamarenko bleef het bij expressies, een andere Antwerpenaar in die periode zette zijn jongensdromen om in daden en dat was Fons Oerlemans. Fons was afkomstig uit Nieuwmoer bij Essen maar verbleef een groot deel van zijn leven in Antwerpen en haar haven. Zijn vader was tijdens de Tweede Wereldoorlog actief in het verzet, werd gearresteerd door de Gestapo en in een werkkamp opgesloten. Fons zelf werd zwaar gewond tijdens een V-bombardement dat zijn ouderlijke woning volledig vernielde. Hij was bezeten door techniek, luchtvaart en zeevaart. Hij werd beroemd in 1974 toen hij met zijn zelfgebouwd vlot, De Laatste Generatie, en twee metgezellen de Atlantische oceaan overstak vanuit Marokko naar Trinidad. In het radioprogramma Jan en Alleman zorgde toenmalig radio- en tv-icoon Jan Van Rompaey elke zondagmiddag voor een live verbinding met Fons op zijn vlot. Een technisch huzarenstukje in een tijdperk waar de GSM en het mobiel internet nog verre toekomst waren. Ik heb Fons Oerlemans een paar keer opgezocht in de late jaren 70 toen ik bij de Antwerpse havenpolitie in dienst was. Hij was toen de Seaview aan het bouwen in het Kanaaldok, vlakbij de toenmalige ligplaats van het kerkschip. De Seaview was een soort duikboot waaronder hij een grote pijp met kijkgaten bevestigde en vanwaar hij de oceaan onder het wateroppervlak ging observeren. Niet meteen zijn succesvolste onderneming. Het duikbootproject flopte en hij zou in 1979 een tweede overtocht met zijn vlot maken, welke hem een melding in het Guinness Book of Records opleverde. Patrouilleren in de haven op een zondagnamiddag was een oersaaie bezigheid. Een immens groot gebied waar quasi niks aan activiteit te bekennen viel, dan moest je zelf wat verstrooiing zoeken en die vond ik op de werf van Fons Oerlemans. Als kleinzoon van een naaste medewerker van luchtvaartpionier Jan Olieslagers werd ik ook al heel vroeg gebeten door de reismicrobe. Al vallen mijn reizen niet als avontuurlijke exploratietochten te catalogeren.

Het leven kent soms verrassende toevalligheden. Ik was vorige maand op citytrip in Hong Kong en ging daar met enkele vrienden uit eten. Het zijn allemaal oud-medewerkers van de legendarische luchtvaartmaatschappij Pan Am. Zowel Jackson als Rita, de vrouw van Dr. Fung, hebben er een lange carrière bij Pan Am opzitten. Pan Am kende een geschiedenis, die kan vergeleken worden met onze Belgische Sabena-tragedie. Destijds het grootste en meest elitaire Amerikaans kroonjuweel na Coca-Cola en Mc Donalds ging in 1991 failliet. De maatschappij werd genekt door twee grote catastrofen. De eerste was de crash tussen twee Jumbojets (een van KLM en een van Pan Am) op de luchthaven van Tenerife op 27 maart 1977, nog steeds de grootste ramp in de burgerlijke luchtvaart met 583 slachtoffers en de tweede was de terroristische aanslag nabij het Schotse Lockerbie, een laffe aanslag geregisseerd door de Libische schurkenstaat van Kolonel Kadhafi. Maar verder was er, net als bij Sabena, ook een fataal gebrek aan managementvisie op de evolutie in de luchtvaarteconomie, die na de golden 60-70’s danig begon te wankelen. De oliecrisis van 1973 en de Golfoorlog in 1991 hebben uiteindelijk tot de ondergang van Pan Am geleid. Een jaar voor het faillissement bestond de vloot van Pan Am nog uit 160 lijnvliegtuigen. Net als bij Sabena blijven de vroegere werknemers van Pan Am hun icoon koesteren en komen ze nog regelmatig samen. Bijna 25 jaar na datum was er tijdens mijn citytrip in Hong Kong nog een reünie van oud-medewerkers van de Pan Am-zetel in Hong Kong. Niet minder dan 150 oud-Pan Am-ers kwamen er vorige maand bijeen.

Panamarenko weet het wel: luchtvaart blijft de jongensfantasie prikkelen. Henri nog vele jaren!

Panamarenko

Veel wol, weinig gemekker

Komende week is het weer zover, de ganse Chinese gemeenschap staat dan (bijna letterlijk) in vuur en vlam voor het nieuwe jaar, het Jaar van de Geit. Het Chinese nieuwe jaar wordt ingeluid op de tweede nieuwe maan na de winterzonnewende. Ten vroegste op 21 januari en ten laatste op 20 februari dus en daarmee is het dit jaar dan ook een late Nieuwjaar voor mijn tweede moederland. Het is dit jaar het Jaar van de Geit (of van het Schaap want de Chinezen gebruiken hetzelfde woord en teken voor beiden). De Geit is het achtste dier in de Chinese dierenriem. Aangezien de Chinese dierenriem twaalf symbolen kent, één per jaar, zijn mensen die in het Jaar van de Geit geboren zijn dus geboren in het jaar 2015, 2003, 1991, 1979, 1967, 1955, 1943, 1931, 1919 enz. U hebt het al begrepen, ik hoor ook in dit rijtje thuis en begin al akelig dicht bovenaan de rij, qua ouderdom, te geraken. Voor mij meteen ook een bijzonder jaar want buiten de dierensymbolen wordt de Chinese dierenriem ook aan de vijf natuurelementen gekoppeld: water, vuur, aarde, metaal, en hout en is voor mij dus de cirkel rond. Vijf maal twaalf is zestig en daar zal ik (later dit jaar) ook beland zijn. Ik wil gerust een volgende cyclus volmaken maar ik vrees dat dit eerder utopisch is en bovendien slecht voor de staatskas.

De karaktereigenschappen van de  (yáng) sluiten overigens perfect aan bij mijn persoonlijkheid. Oordeel zelf maar: Ze zijn goed gemanierd. Het zijn ongeneeslijke romantici, die er van houden iemand te vertroetelen. Zij hebben artistieke inslag en ze waarderen en eerbiedigen de natuur. Ze hebben de veiligheid van de familie nodig en zien spiritualiteit als een belangrijk aspect in hun leven. Ze willen best een stapje meer doen, als zij iets willen. Zij, die in dit jaar geboren zijn, zullen ook een extra stapje moeten zetten, als zij iets graag willen hebben. Vooral als het iets is dat hen veiligheid of fysiek comfort zal brengen. Zij hebben een grootmoedig hart en ze kunnen altijd vergeven en vergeten. De onplezierige kant is dat zij besluiteloos en afhankelijk zijn en niet zonder een baas kunnen. Zij zijn overdreven gesloten en nemen het ruim met de discipline. Zij houden van klagen en geven er de voorkeur aan voorzichtig te werk te gaan. Sentimentaliteit dwingt hen om het leven door een roze bril te bekijken. Mensen geboren in het Jaar van de Geit kunnen ver komen in hun carrière, mits ze de juiste richting kiezen.
Ik hoop dat u er niet de slappe lach van gekregen heeft.

Ik bevind me niettemin in een zeer select gezelschap van ‘geiten’ of ‘schapen’. Koning Willem Alexander van Nederland. Voormalig Sovjetleider Mikhail Gorbachev. Acteurs Gene Hackmann (The French Connection), Kevin Costner (Dances with Wolves), Mel Gibson (Mad Max), Bruce Willis (Die Hard), Robert De Niro (The Deerhunter) Rowan Atkinson (Mr. Bean) en Chow Yun-Fat (Crouching Tiger, Hidden Dragon). Actrices Julia Roberts (Pretty Woman), Nicole Kidman (Moulin Rouge) en Whoopi Goldberg (Sister Act). Beatle Georges Harrison en Rolling Stones Mick Jagger en Keith Richards. Hippie-iconen Janis Joplin en Jim Morrison. Charmezanger Julio Iglesias (Un canto a Galicia), moederhartenbreker Heintje (Mama!) en schlagerzangeres Marianne Rosenberg (Ich bin wie du). De vader van de Amerikaanse literatuur Mark Twain (Tom Sawyer and Huckleberry Finn). Apple-bobo Steve Jobs en Microsoft-bobo Bill Gates. De Franse topsporters Alain Prost en Michel Platini en de Duitse topvoetballer Karl-Heinz Rummenigge. En dichter bij ons: Kreuner Walter Grootaers, atleet Ronald Desruelles, voetballer Ludo Coeck, de keizer van Oostende Johan Vande Lanotte, journaalanker Martine Tanghe, linkse rakker en soixantehuitard Paul Goossens, nog linksere rakker en Humo-goeroe Guy Mortier, Anderlecht-legende Paul Van Himst, Vlaamse charmezangeres Marva en Italo-Belgische charmezanger Salvatore Adamo. Misdienaar Hermanneke Wijns uit Merksem (een neef van de bekende komiek Gaston Berghmans) die op tienjarige leeftijd in 1941 overleed. Zijn graf in Merksem wordt nog frequent door bedevaarders bezocht en er is een kerkelijke procedure lopende om hem zalig te verklaren.
Een van de oudste nog levende beroemdheden, die geboren is in het Jaar van de Geit, is Heinz Polzer alias Drs. P. De Nederlands-Zwitserse schrijver en cabaretier werd in 1919 geboren en wordt dus 96 dit jaar (op 24 augustus). Van mij krijgt hij alvast een flinke soepketel van knolraap en lof, schorseneren en prei.

Dat ze in het Verre Oosten en ook bij ons in de Chinese gemeenschap er maar een goede lap op geven voor de start van het Jaar van de Geit. Ik wens al mijn Chinese familieleden en vrienden hier en ginder een jaar van veel wol en weinig gemekker toe. Onze internationale wensen kan u lezen door op deze link te klikken. Zoals steeds heeft mijn blog ook een informatief en educatief karakter en bij deze wil ik je dan ook graag een Chinees Nieuwjaarsliedje leren zingen.

Muzieknoot Gong Xi Fa Cai Geit



Van visboer tot koning van het Kiel

Hij stond geprogrammeerd voor een blogartikel in april, ter gelegenheid van zijn 85e verjaardag maar het mocht niet zijn, Rik Coppens, de Antwerpse Pelé, is niet meer. Met Rik Coppens verliest de Belgische voetbalwereld niet alleen één van haar beste voetballers aller tijde maar ook de beste entertainer die er in ons land op de voetbalvelden rondliep. Rik was een rasechte Antwerpenaar, geboren in de Seefhoek waar zijn ouders in de Zavelstraat een vishandel uitbaatten. De dagelijkse portie haring of stokvis kwam er langs zijn oren uit maar het leverde hem wel een ijzersterk gestel op. Op zijn tiende tekende hij een aansluitingskaart bij Beerschot en op zijn zestiende debuteerde hij in het eerste elftal. Rik Coppens is misschien wel een halve eeuw te vroeg geboren. Vandaag zou hij een multimiljonair zijn die naast Lionel Messi, Zlatan Ibrahimovic of Cristiano Ronaldo op de wereldlijst zou prijken en wellicht bij een wereldclub als Real Madrid spelen, die hem destijds nog wou inlijven als opvolger van Alfredo di Stefano. Als dat geen referentie is. Maar goed voor de Sinjoren want hij heeft meer dan twintig jaar voor Antwerps voetbalplezier gezorgd, eerst als speler en later ook als trainer. Het grootste gedeelte bij Beerschot en ook nog even bij Berchem Sport. Rik was een fenomeen in Antwerpen, flegmatieke anarchist, enfant terrible, arrogant, performer en nooit verlegen om een straffe uitspraak maar vooral publiekslieveling omwille van zijn wervelend voetbalspel. Het Kiel liep vol voor Rik Coppens. Zoals hij zelf ooit zei, hij was een tribunespeler, waarmee hij bedoelde dat de mensen vooral naar het stadion kwamen om zijn oogstrelende dribbelnummertjes en zijn briljante bewegingen te zien. Zelfs mensen die amper iets van voetbal kenden kwamen naar het stadion voor het hoge amusementsgehalte. Rik Coppens was trouwens ook een inspirator voor dat andere voetbalicoon, Johan Cruyff. Die verbaasde het hele stadion met een combinatiepenalty. In plaats van de strafschop recht op doel te schieten gaf hij een pas aan een mee opgerukte speler waardoor de doelman uit positie werd gelokt. De medespeler legde de bal terug af en Cruyff trapte de bal in het lege doel. Nooit gezien! Dat dacht men boven de Moerdijk tenminste. Wij wisten wel beter want dit nummertje had Rik Coppens als eerste ooit opgevoerd tijdens een interland met de Rode Duivels tegen IJsland in een kwalificatiewedstrijd voor het WK van 1958. Helaas voor Rik, amper 5.000 toeschouwers hebben dit staaltje voetbalintelligentie gezien maar de internationale pers was er vol van. Cruyff imiteerde dus 25 jaar later de koning van het Kiel. Zo was Rik als voetballer, iedere keer verraste hij met iets nieuws. Het mooiste doelpunt uit zijn carrière maakte Rik Coppens in een stadsderby tegen aartsrivaal F.C. Antwerp. Er kwam een voorzet vanop de rechterflank. Coppens stond met zijn gezicht naar het doel van de tegenstrever maar iets te dicht bij het doel. De bal ging achter hem door maar Coppens dook voorover en met zijn hak knalde hij de bal in de winkelhaak. De blanke Pelé van destijds speelde ook ooit tegen de wereldberoemde Braziliaan. Dat was in 1960 toen het Braziliaanse Santos een vriendschappelijke wedstrijd speelde tegen ‘de Entente Anversoise’, een vriendenploeg waarbij de groten, van de toenmalige eersteklassers F.C. Antwerp, Beerschot, Berchem Sport en ook tweedeklasser Tubantia Borgerhout, samen een balletje trapten. Een geduchte en gevreesde ploeg, dat moest ook de beste voetballer ooit, Edson Arantes do Nascimento alias Pelé, beamen. En zeggen dat er vandaag geen enkele Antwerpse ploeg meer in de hoogste voetbalklasse speelt. Man, man, man, miserie!

Het Kiel heeft Rik Coppens steeds op handen gedragen. Coppens was Beerschot en Beerschot was Coppens. Coppens was driemaal topschutter van de hoogste voetbalcompetitie en won in 1954 als allereerste voetballer de Gouden Schoen. Hij won er maar één want in die tijd kon je die trofee maar één keer winnen. Enkele maanden geleden werd hij gehuldigd door K.F.C.O. Beerschot-Wilrijk, de ploeg die twee jaar geleden uit het as van het failliete Beerschot verrees en vandaag in het Olympisch Stadion op het Kiel speelt. Er werd hem toen symbolisch een nieuwe Gouden Schoen overhandigd als Lifetime Achievement Award. Rik, ondertussen 84 geworden, was zichtbaar ontroerd maar je kon ook duidelijk zien dat zijn gezondheid wankelde. Er rest de ploeg nu nog maar één ding: de titel in Bevordering C pakken en de opmars richting hoogste klasse verder zetten. Ik waag mij toch even aan een voorspelling: Maandag 29 april 2030, de honderdste verjaardag van Rik Coppens, één grote krantenkop bij Gazet van Antwerpen: K.F.C.O. Beerschot-Wilrijk, de nieuwe landskampioen! Champions League-voetbal in het Rik Coppens-stadion! Utopie? Ik denk het niet.

Het Kiel, gans Antwerpen, de hele voetbalwereld neemt afscheid van haar legende Rik Coppens. Een bladzijde Antwerpse geschiedenis wordt hiermee omgedraaid. De mens Rik Coppens is niet meer maar de legende blijft leven. Vaarwel Rik!

beerschot1

Rik Coppens (uiterst rechts) als trainer van Beerschot V.A.V. (1974-1977)

V for Victory

Vijftig jaar geleden overleed in London Sir Winston Churchill. Churchill was een van de grootste staatsmannen van de twintigste eeuw en werd met het grootste eerbetoon begraven op 30 januari 1965, met egards die enkel de koninklijke hoofden toekwamen.

Churchill werd op 30 november 1874 geboren in Blenheim Palace in Oxfordshire en bereikte dus de gezegende leeftijd van 90 jaar. Alhoewel ik amper tien jaar oud was toen Churchill stierf heeft deze man toch een belangrijke invloed op mij gehad. Eigenlijk al vanop de speelplaats van de lagere school in Merksem. Toen wij daar -zoals veel bengels van die leeftijd- ‘oorlogje’ speelden en we aan een korte pauze van de gevechten toe waren was het de gewoonte om twee vingers in de lucht te steken, de wijsvinger en de middenvinger in V-vorm, en hardop TWEE te roepen. Het was een ongeschreven regel om het spel stil te leggen. Dit gebaar was een infantiele persiflage op het V-teken dat Churchill de wereld had ingestuurd in de Tweede Wereldoorlog en waarbij hij zijn optimisme voor een goede afloop ostentatief duidelijk maakte. De V stond voor Victory, ten teken dat hij in de overwinning en de vrede geloofde. Het werd later universeel ook als vredesteken gebruikt. Als je vandaag in Taiwan of China maar ergens een foto wil nemen met iemand dan zal het Chinese gezelschap zonder aarzelen het V-teken maken.

Churchill kon een behoorlijk gevulde cv voorleggen. Hij was bij de aanvang van de Eerste Wereldoorlog, toen 40 jaar oud, minister van Marine en kwam in die hoedanigheid op bezoek naar het nationaal bolwerk Antwerpen. Hij verbleef toen in het Wagner-hotel aan de Groenplaats. Hij pleitte bij zijn Britse regering voor een sterke steun aan de belegerde stad en zetelde mee in de Verdedigingsraad die de verdediging van het bolwerk coördineerde. Door de halsstarrige houding van Nederland, die haar neutraliteit niet in gedrang wilde zien komen en daarom geen toelating gaf om Britse maritieme hulp via de Oosterschelde toe te laten, bleef de steun van de Royal Navy ontoereikend en kon het bolwerk niet lang stand houden. Churchill verliet de stad een dag voordat het leger het nationaal bolwerk prijs gaf en Antwerpen in handen van het Duitse keizerrijk viel. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Churchill de Prime Minister van het Verenigd Koninkrijk en speelde in die hoedanigheid een belangrijke rol bij de bevrijding van Antwerpen. Uit dank voor de rol van de Britten in deze oorlog schonk de stad Antwerpen een schilderij van Isidoor Opsomer aan Churchill. Je kan dit schilderij vandaag nog bewonderen in de National Trust Chartwell in het graafschap Kent, thans een museum maar voorheen een buitenverblijf waar Churchill woonde tot kort voor zijn dood.

Churchill was een nazaat van de hertog van Marlborough die Blenheim Palace bouwde, waar Winston Spencer-Churchill (want zo heette hij eigenlijk voluit) werd geboren en opgroeide. Churchill was niet enkel een politicus, hij was ook actief als journalist, militair, historicus, kunstschilder en schrijver. Hij kreeg in 1953 de Nobelprijs voor literatuur. Op school blonk hij uit in geschiedenis en literatuur, twee vakken waarvan hij later ook de vruchten zou plukken. Hij was een eloquent spreker en kon heel ad rem uit de hoek komen. Het begrip ‘IJzeren gordijn’ werd door hem gelanceerd en hij liet heel wat oneliners en gevleugelde uitspraken optekenen. Ik moet toegeven dat hij al vaak mijn bron voor inspiratie was. Legendarisch was zijn dialoog met Nancy Astor, het eerste vrouwelijke lid van het Lagerhuis, die hem daar toesnauwde: “Als ik uw vrouw was dan zou ik gif in uw koffie doen.“. Waarop Churchill repliceerde: “Nancy, als ik uw man was dan zou ik het opdrinken.” Dat hij het als volbloed aristocraat niet begrepen had op de democratie mag blijken uit zijn uitspraak “Het beste argument tegen democratie is een conversatie van vijf minuten met een gemiddelde stemgerechtigde.” Nu ja, ondertussen vragen velen bij ons zich ook al af waarom de Grieken de democratie hebben uitgevonden. Een van zijn betere vond ik “De jongere die niet progressief is, heeft geen hart. De oudere die niet conservatief is, heeft geen verstand.” Het sluit perfect aan bij mijn levenspad. Churchill schuwde ook de controverse niet. Op het eind van zijn leven werd Winston Churchill door een journalist gevraagd hoe hij dat toch allemaal klaargespeeld had: boeken schrijven, een aantal keren premier geweest, een aantal andere ministersposten, journalist in zijn jeugd, schilderijen maken, enzovoort, enzovoort. Hoe kon hij dat allemaal in één leven proppen? Hij had daar een heel duidelijk antwoord op. Hij nam de sigaar uit zijn mond en zei: “No sports!“, een uitspraak die hem in een sportminnend Engeland niet in dank werd afgenomen. Van die sigaren rookte hij er zo’n 4.000 per jaar op, ongeveer 250.000 dubbele corona’s in zijn ganse leven dus. Geen sport, een BMI die ver boven de 30 lag, vaten whisky geledigd en bergen sigaren gerookt … Churchill is negentig jaar geworden! Ik wil gerust nog voor 30 jaar tekenen naar het voorbeeld van mijn inspirator. Alleen … ik rook niet.

Churchill was dan wel een nazaat van een adellijke familie, zelf moest hij tot 1953 wachten eer hij een adellijke titel kreeg, wel meteen die van Ridder in de Orde van de Kousenband, de hoogste en de oudste Europese ridderorde waarvan de Koningen van Engeland de soevereinen zijn. Buiten de leden van de Engelse Koninklijke familie of van buitenlandse vorsten kan de titel van Ridder in deze orde door maximum 24 personen gedragen worden. De titel is niet erfelijk. Zij werd ingesteld in 1348 door Koning Eduard III van Engeland en heeft als devies Honi soit qui mal y pense (Schande over hem die er kwaad van denkt). Laat dit nu uitgerekend ook mijn geliefkoosd devies zijn. Na Tene quod bene natuurlijk!

Ik heb vorige zomer een korte rondreis door Engeland gemaakt en daarbij ook een bezoek gebracht aan Blenheim Palace, aan Chartwell en aan het familiegraf van Churchill in Bladon vlakbij Woodstock, in de buurt van Oxford. Drie plaatsen die niet alleen bijzonder mooie toeristische plaatsen zijn maar ook nog steeds de sfeer uitstralen van Churchill’s leven en werk. De huidige omslagfoto van mijne smoelboek (vaak ook facebook genoemd) werd trouwens in de prachtige tuinen van Blenheim Palace genomen.
Churchill werd in diverse plaatsen in ons land geëerd met een straatnaam of een monument, in Antwerpen werd zelfs een havendok naar hem genoemd, het vroegere zevende havendok. In de gemeente Schoten is er een Churchilllaan, bij mijn weten de enige straatnaam in ons land die met drie dezelfde opeenvolgende medeklinkers wordt geschreven. Al ben ik daar niet honderd procent zeker van. Kent u een soortgelijke straatnaam, laat het mij gerust weten dan!



This is it !

Met dit blogartikel komt er een einde aan mijn vakantieblogs vanuit Taiwan. Op het ogenblik dat dit artikel verschijnt zit ik, als alles volgens schema is verlopen, op het vliegtuig richting Amsterdam Schiphol. Het geeft mij toch een beetje een raar gevoel. Ik ben uiteraard al jaren gewend aan het gegeven dat aan elke vakantie een einde komt en dat je dan stilletjes uitkijkt naar de volgende, maar voor mij is er eigenlijk geen volgende meer. Mijn volgende trip naar Taiwan zal heel anders zijn, dan is het gedaan met werken. Dan kom ik niet meer op vakantie, dan kom ik er deeltijds wonen.

In die enkele weken dat ik hier heb doorgebracht is de wereld weer behoorlijk veranderd, vooral in mijn vaderland. De gebeurtenissen in Parijs, de razzia’s in Verviers en de terreurdreigingen richting ordediensten heb ik -weliswaar op grote afstand- zeer kort op de voet gevolgd. Ik zal mij nog moeten aanpassen maar ik ben er mij bewust van dat de sfeer en de werkomstandigheden fel veranderd zullen zijn. Mijn laatste maanden in actieve dienst zullen nog een historische plaats in mijn carrière innemen. Maar dat is voor straks.

Tijdens mijn laatste dagen in Taipei ben ik nog even naar een tentoonstelling Disney, 90 years of dreams geweest. Walt Disney begon 90 jaar geleden met zijn eerste bescheiden producties. Het zou nog wel enkele jaartjes duren eer zijn eerste populaire tekenfiguurtje eraan zou komen, Mickey Mouse, in zijn eerste tekenfilm Steamboat Willie. Ik moest ongewild terugdenken aan een aflevering van de omgekeerde quiz, dat is een quiz waarbij je het antwoord voorgelezen krijgt en de vraag moet raden. Toen luidde de opgave: ‘Die van Mickey Mouse’. De kandidaat moest echter het antwoord schuldig blijven maar repliceerde ad rem met ‘De enige die volgens mij iets zinnig kan zeggen over die van Mickey Mouse is Minnie Mouse’. Het juiste antwoord luidde: ‘Van welk tekenfilmfiguurtje sprak Walt Disney zelf de stem in?’. De tentoonstelling belichtte het oeuvre van Walt Disney, zowel het oudere als het recentere werk, zowel de tekenfilms als anderen zoals Star Wars, een sf-filmreeks van George Lucas, die zijn producties aan Disney doorverkocht. Niettemin miste ik wel wat iconen op deze tentoonstelling. Niks te zien van The Muppets, die nu ook in handen zijn van Walt Disney Company en -het meest ontgoochelend voor mij- niks te zien van mijn favoriete Disney-film Jungle Book.

Maar nu als een Lightning McQueen terug naar huis. Tot blogs !

Flou artistique

Als een foto onscherp is dan zeggen ze in het Antwerps ‘A is wà floe’. Maar als het bewust onscherp is dan noemen ze deze kunstvorm ‘flou artistique’ of softfocusstijl. Het is een fotografiestijl die in de jaren 70-80 furore maakte door de film Bilitis, een Franse film van David Hamilton over de Sapphische liefdesrelatie van het jonge meisje Bilitis met de oudere Melissa, naar een oud Helleens liefdesdrama. David Hamilton stond bekend voor zijn portretten van jonge vrouwen in ‘flou artistique’ om zo een dromerige stijl te creëren. Zo jong zelfs dat er een controverse ontstond of dit nu kunstfotografie was dan wel kinderpornografie. De storm van protest is inmiddels gaan liggen en de boeken van Hamilton liggen nog steeds in de boekhandel.
Voor de muziek van zijn film Bilitis deed hij beroep op Francis Lai, een Franse componist die niet alleen filmmuziek componeerde maar ook tal van nummers schreef voor bekende chansonnières zoals Edith Piaf, Nicole Croisille, Mireille Mathieu, Juliette Greco, Petula Clark, Dalida en Brigit Bardot. Zijn doorbraak met filmmuziek kwam er met de film Un homme et une femme van Claude Lelouch maar zijn meest bekende filmmuziek is ongetwijfeld die van het romantisch drama Love Story, met Ali MacGraw en Ryan O’Neal in de hoofdrol, waarvoor hij een Oscar won voor de beste filmmuziek. Het titelnummer van deze film (Where do I begin) Love Story vertolkt door Andy Williams, haalde in 1970 wekenlang de hitlijsten.

Tijdens een van mijn uitstappen hier in Taiwan had ik mijn fototoestel per vergissing op een verkeerde instelling gezet waardoor ik ongewild een reeks foto’s in ‘flou artistique’ heb gemaakt. Dan maar van de nood een deugd gemaakt met een diareeks in David Hamilton-stijl. Niet met jonge meisjes maar met andere bloemen en één niet-meer-zo-jong meisje, kwestie van hier niet in de gevangenis te raken. De Bilitis-muziek moet u er wel zelf bij neuriën.
Rode roos Zeg nu nog dat ik niet romantisch kan zijn! Rood hart

Het is hier op dit ogenblik 23 januari, middag, stralende zon, blauwe hemel, 22 graden. Geen terreuralarm, allemaal vriendelijke en beleefde mensen. Ik zit hier op een gezellig terras te genieten van een kop koffie. Eten is er in overvloed, lekker en goedkoop. Wat was die goede reden nu weer waarom ik morgen op het vliegtuig richting België moet stappen?


Deze slideshow heeft JavaScript nodig.


Een stukje Portugal in China

Op 70 km van Hongkong ligt Macau, net als Hongkong een autonoom gebied binnen de Volksrepubliek. Vanuit Hongkong zijn er zeer frequente verbindingen over zee naar Macau, de klok rond. Een snelle draagvleugelboot brengt je er op een uurtje naar toe. Macau was van de 16e eeuw, toen de Portugezen er een eerste nederzetting bouwden, tot 1999 Portugees grondgebied en de Portugese roots zijn er nog goed merkbaar. Macau bestaat uit drie delen, het schiereiland Macau en de twee eilanden Taipa en Coloane. Door de ontwikkeling van de mega casinoprojecten werden deze twee eilanden tot één eiland Cotai hervormd en ontstond hier een nieuwe megastad, een Chinees Las Vegas. Van de oorspronkelijke stadjes heeft alleen Coloane haar authenticiteit weten te bewaren. Volledig buiten de schaduw van de casinomastodonten ligt het idyllisch aan de rivier die Macau met moederland China scheidt. Hier snuif je nog het Portugese koloniale verleden op. Met haar steegjes en met stokoude platanen omzoomde lanen. Haar felgeel gekleurde kerkje en bibliotheek. Haar straatnamen in witblauwe mozaïektegels. Haar dorpspleintje met Mediterraan aandoend visrestaurantje. Haar vissershaven met gedroogde stokvissen. Haar antieke kruidenierswinkeltjes en haar pasteibakker met de typische Portugese taartjes, pasteis de nata. Onze goede vriend Jackson bracht ons naar een piepklein en gammel restaurant met traditionele Kantonese gerechten. Hier kan je nog de authentieke -maar door dierenrechtenactivisten fel gecontesteerde- haaienvinnensoep eten, evenals de traditionele vogelnestjessoep. Bij ons een dunne bouillon gemend met geroerd eiwit, hier van echte zwaluwnesten gemaakt. Beide gerechten zijn decadent duur maar overheerlijk en zeer exclusief. Het is er aangenaam flaneren en hopelijk blijft het uit de greep van de toeristenstroom die Cotai dagelijks overspoelt.


Deze slideshow heeft JavaScript nodig.


Met duizenden komen ze afgezakt naar de City of Dreams, of een van de vele andere casinoresorts, om er te gokken, te winkelen, te eten of van een stukje entertainment te genieten. Dat deden wij dus ook en deze keer konden we eindelijk wel genieten van het spektakelstuk van Franco Dragone. Ronduit meesterlijk moet ik zeggen. Ik heb al veel voorstellingen van Cirque du Soleil bijgewoond, zowel in Vegas als bij ons in een van die reusachtige tenten, maar deze show steekt er kop en nek bovenuit. Het podium is een vernuft stukje techniek, een reuzegroot zwembassin dat in een oogwenk verandert in een driedimensionaal podium waarop gelopen, gedanst en gejongleerd wordt of waarop zware motoren halsbrekende toeren uithalen. Enkele seconden later springen acrobaten vanop duizelingwekkende hoogte naar beneden in een diepe zwemkom. Een driemaster of een paviljoen, een legertje soldaten of nimfen … het wordt allemaal in een oogwenk uit de waterdiepte of uit de lucht getoverd. Adembenemend gewoon! De excentrieke kledij en maquillage en de romantische-lichtpsychedelische muziek maken het kunstwerk compleet. Topentertainment, made in Belgium maar geserveerd in het Verre Oosten. Ik kan er alleen maar in superlatieven over spreken. Tot mijn verwondering maar ook tot mijn groot plezier was fotograferen zonder flash toegelaten.

Moe maar voldaan trokken we terug naar ons hotel in Kowloon. Het werd nog even spannend want we sprongen op de verkeerde shuttlebus. Die bracht ons naar Macau City in plaats van naar de Taipa Ferry Terminal en zo kregen we er nog een flinke omweg bovenop. We waren nog te veel in de wolken van de voorstelling, veronderstel ik, maar eind goed al goed, we waren nog op tijd bij de terminal voor onze terugvaart.


Deze slideshow heeft JavaScript nodig.


Surrealisme in Hongkong

Het is een publiek geheim, mijn voorkeursbestemming voor een citytrip in Azië is Hongkong. Ik weet nog steeds niet waarom de hele wereld haar naam in twee delen schrijft en wij Vlamingen in één woord. Misschien verklaart dit waarom je met 30 fouten nog goed scoort in het Grote dictee der Nederlandse taal. Surrealisme is nu eenmaal een Belgische attitude en daarom zijn we het surrealisme hier in Hongkong ook gaan opzoeken. Wij verbleven in de Luxe Manor in Kowloon, een hotel dat volledig is ingericht in een Salvador Dali-achtige stijl. Excentriek maar het valt wel in mijn smaak en aan luxe en comfort geen gebrek.

Al bij de aankomst op de luchthaven krijg je hier een les in efficiëntie. Razendsnel door de migratie, de bagagebelt en de douanepost, kom je in de aankomsthal waar een exprestrein je naar het stadscentrum brengt en een gratis shuttlebus je tot aan uw hotel voert. In die aankomsthal van de luchthaven zijn enkele winkels waar je een sim-kaart voor bezoekers kan kopen. Voor ongeveer 10 euro geniet je vijf dagen van onbeperkt lokaal bellen en 5 Gb mobiel internet. In het hotel was elke kamer voorzien van een Handy, een gratis smartphone met onbeperkt mobiel internet en enkele handige apps voor sightseeing in deze wereldmetropool. Hongkong profileert zich meer en meer als het kruispunt van Azië en zelfs van de ganse wereld. De internationale luchthaven heeft een enorme omzet aan zogenaamde feeding flights, vluchten waarvan de meeste passagiers Hongkong niet als eindbestemming hebben. Velen maken echter wel een stopover en nemen een paar dagen de tijd om de metropool te ontdekken.

Wij hebben nog andere redenen om naar hier te komen. Mijn stiefzoon Peter bouwt er sinds twee jaar aan zijn toekomst en zo te zien lukt hem dit aardig al kost het hem veel zweet en niet alleen omwille van de tropische temperaturen hier. Hongkong is Kantonees voor ‘de geurige haven’ en die naam hebben ze niet gestolen. Je kan hier de Kantonese levensstijl ruiken en proeven. De ontelbare restaurants en eetstalletjes brengen je constant in verleiding. Een Antwerpenaar en havensteden, het geeft een speciale band. Ik kan dan ook eindeloos genieten van het prachtige zicht dat je langs de waterkant hebt, zowel van Kowloon op Hongkong als omgekeerd. De oude Chinese jonk die langs de rede glijdt en de talrijke ouderwetse overzetbootjes van Star Ferry maken het nog pittoresker.

Een andere reden voor ons bezoek is een daguitstap naar Macau. Derde keer goede keer? Reeds tweemaal hebben we vergeefs geprobeerd het spektakelstuk The house of dancing water te gaan zien. Vorige keer, in november 2013 tijdens de rondreis met Gust en Irene, liet de techniek het afweten en werd de show ter elver ure afgelast. Deze show is een realisatie van de Italo-Belg Franco Dragone, de man achter het Canadese wereldvermaarde theatercricus Cirque du Soleil. De voorbereidingen en repetities voor deze show, die zich volledig op en rond een waterbassin afspeelt, werden gehouden in mijn directe omgeving, in de gemeente Lint, in de gebouwen van het ter ziele gegane videobedrijf Alfacam. Als klap op de vuurpijl loopt hier thans ook een ander spektakelstuk The smurfs. Een musical met en rond de Smurfen van onze landgenoot Peyo. De halve wereld komt naar Macau afgezakt voor deze shows maar amper een fractie hiervan weet dat er puur Belgisch talent achter zit. Ook dit is surrealistisch te noemen.


The Luxe Manor – Kowloon HK

Get your kicks on Route 26

Taiwan heeft een goed uitgebouwde en moderne wegeninfrastructuur. Qua accommodatie doet het een beetje denken aan het Amerikaanse wegennet. Ook de wijze van signalisatie door erg Amerikaans aan. Een autosnelweg wordt ‘freeway’ genoemd en ze zijn genummerd van 1 tot (voorlopig) 10. Aan de in- en uitritten staat de rijrichting aangeduid met een windrichting (North, South, East, West)? De hoofdverbindingswegen die geen statuut van autosnelweg hebben worden ‘expressway’ genoemd en zijn eveneens met nummers aangeduid. De aanduidingen doen denken aan de vermaarde Amerikaanse ‘routes’. Handige commerçanten maken er dan ook vaak allusies op. De autosnelwegen zijn tolwegen, er moet dus betaald worden om ze te mogen gebruiken. Tot voor kort waren er dan ook op regelmatige afstand tolposten geplaatst. Deze zijn sinds dit jaar overal verdwenen en vervangen door automatische ETC-lezers (Electronic Traffic Control) in een portiek boven het wegdek. Deze portieken doen tegelijk ook dienst voor snelheidscontrole. Telkens je een portiek passeert wordt uw voertuig gescand en gefotografeerd. Elk voertuig moet uitgerust zijn met een speciaal vignet voor de tolheffing. Bovendien wordt ook de nummerplaat digitaal gefotografeerd en wordt de snelheid tussen de verschillende portieken gemeten via de automatische nummerplaatherkenning. Er gelden zeer strenge snelheidsregels in Taiwan. Op de autosnelweg is de snelheid meestal beperkt tot 90 km/uur in stedelijke omgevingen, soms tot 110 km/uur in landelijke omgevingen. Op de hoofdwegen geldt meestal een snelheidsbeperking van 50 of 70 km/uur, in de bebouwde omgevingen geldt een snelheidsbeperking van 50 km/uur of lager. Deze beperkingen staan los van het aantal rijvakken dat de rijweg kent. De meeste hoofdwegen in Taipei kennen drie, vier, vijf rijstroken of meer in elke rijrichting. De snelheidsbeperkingen worden hier vrijwel goed nageleefd, in tegenstelling van andere verkeersregels. Het hectische stadsverkeer heeft soms meer weg van een gemotoriseerde jungle. Alles wriemelt er door elkaar en met de ontelbare bromfietsen (scooters) die overal tussen slingeren heb je ogen in alle richtingen nodig. Voorrangsregels lijken zo goed als onbestaande en worden in ieder geval weinig of niet nageleefd, zo veel is duidelijk. Iedereen wringt er zich voor alles en iedereen door. Maar ondanks alle verkeershectiek is verkeersagressie hier zo goed als onbestaande. Er wordt zeer assertief en offensief gereden maar niet agressief. Je ziet hier geen bestuurders uit hun kram schieten, een middelvinger opsteken of je belagen. Men ondergaat hier de verkeershectiek met een filosofische ingesteldheid.


Deze slideshow heeft JavaScript nodig.